Zet kinderen niet in de kou – letterlijk én figuurlijk

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Wat ik nu zeg meen ik oprecht. Ik ben voor mijn kleinzoon Tim oprecht blij dat ik mij er, via mijn netwerk ,mee heb bemoeid dat hij op zaterdag 24 januari met zijn team, de JO7-1 van De Heracliden, níet op het veld hoeft te staan. Niet omdat hij geen zin heeft in voetbal. Integendeel. Maar omdat gezond verstand blijkbaar steeds schaarser wordt in het jeugdvoetbal.


jopie 2


Door twee voetballende kleinzoons volg ik het jeugdvoetbal weer intensiever dan ik de afgelopen jaren heb gedaan. En eerlijk is eerlijk: de interesse was tanende. Fasevoetbal, kampioenschappen die geen kampioenschappen mogen heten, geen uitslagen, geen standen, alsof kinderen allergisch zijn voor duidelijkheid. Voeg daarbij een groeiend leger aan ‘Louis van Gaaltjes’, beter wetende ouders met een lontje korter dan een millimeter, en je begrijpt waarom langs de lijn staan soms meer ‘ergernis’ gaf dan als plezier.

Toch trekt het weer. Door Tim, en door de afstand helaas lijfelijk wat minder bij Morris, raak je opnieuw betrokken. Je kijkt weer. Je luistert. Je denkt. En vooral: je verbaast je. En die verbazing slaat steeds vaker om in ergernis. Niet over de kinderen, nooit over de kinderen, maar over de dommigheid en het totale gebrek aan beleving binnen het jeugdvoetbal.

Neem dit weekend. De weersverwachtingen liegen er niet om. We zitten in het Noorden nog steeds in koude lucht. Gevoelstemperaturen die in de ochtenduren ruimschoots onder nul duiken. Iedereen met een beetje gezond verstand weet dat dit geen omstandigheden zijn voor zes- en zevenjarigen om een uur lang “lekker te voetballen”.

Vroeger, ja, ik weet het, dat woord alleen al ,was iets volstrekt normaal. Bij dit soort temperaturen werd er standaard gezocht naar een alternatief. De sporthal. De gymzaal. Een warme, veilige omgeving waar kinderen konden bewegen, lachen, spelen. Voetbal zoals voetbal voor die leeftijd bedoeld is: plezier, balgevoel, samenspel. En niemand die daar moeilijk over deed. Niemand die riep dat “ze er maar tegen moeten kunnen”.

Maar vanmorgen zie ik het voorbij komen op X. Een wedstrijdprogramma. “Kom ze aanmoedigen.”, stond er onder. Alsof het hier gaat om een uitwedstrijd van het eerste elftal in de nacompetitie. Alsof we spreken over volwassenen die bewust kiezen voor kou, wind en bevroren tenen. In plaats van over Jeen O7. Over kinderen!

Ik zou wensen dat een spelertje van een JO7-team iets anders zou zien. Iets normaals. Iets logisch. “Jullie mini-toernooitje gaat vandaag niet door. Het is te koud. Maar geen zorgen: we gaan de zaal in.” Punt. Geen drama. Geen teleurstelling. Alleen maar opluchting en blije gezichten.

Maar nee. We blijven vasthouden aan schema’s, aan planningen, aan regeltjes. Alsof die heilig zijn. Alsof het afgelasten van een mini-toernooitje een persoonlijke nederlaag is. Alsof creativiteit een vies woord is geworden binnen het jeugdvoetbal.

En dat is misschien wel het grootste probleem: er lopen nog steeds te veel leiders en trainers rond die simpelweg niet begrijpen wat hun rol is. Die denken dat begeleiden hetzelfde is als organiseren. Dat trainer zijn betekent: hesjes uitdelen, pionnen neerzetten en fluiten maar. Terwijl juist bij JO7 creativiteit, beleving de kern zouden moeten zijn.

Je bént geen trainer van een elftal. Je bént een begeleider van kinderen. En dat vraagt meer dan een trainingsschema uit een KNVB-map. Dat vraagt nadenken. Aanvoelen. Soms afwijken. Soms zeggen: vandaag even niet buiten maar binnen.

Wat leren we deze kinderen nu? Dat voetbal belangrijker is dan hun welzijn? Dat kou erbij hoort? Dat je niet moet zeuren? Of leren we ze dat volwassenen niet luisteren, niet kijken en niet durven beslissen?

Het wrange is: iedereen weet dit. In stilte knikken ouders langs de lijn. Met handschoenen aan, muts diep over de oren, een kind dat na tien minuten al zijn gevoel in de vingers kwijt is. Maar niemand zegt wat. Want ja, “het is nu eenmaal zo”. En dát is misschien wel het meest zorgwekkende van alles.

Jeugdvoetbal is doorgeslagen in structuur en compleet vastgelopen in menselijkheid. We zijn zo bang geworden om iets verkeerd te doen, dat we vergeten zijn om iets goeds te doen. En ondertussen staan zesjarigen te rillen op een bevroren grasmat, terwijl een warme sporthal leeg staat.

Dus ja, ik ben blij dat Tim zaterdag niet hoeft te spelen. Blij dat er nog mensen zijn die durven zeggen: dit is onzin. Maar tegelijkertijd ben ik boos. Boos dat ik mij er mee moest bemoeien. En boos dat gezond verstand geen standaard meer is, maar een gunst.

Misschien moeten we weer eens beginnen bij de vraag waar jeugdvoetbal voor bedoeld is. Heel simpel dat is bedoelt voor kinderen. En die horen niet in de vrieskou. Punt!!!