Veel ouders hebben boter op hun hoofd

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

De column van Henk Doppenberg gaat deze keer over een vader die een vracht aan boter op zijn hoofd heeft. Een vader die daar symbool mee staat voor veel vaders en moeders die maar niets van een steeds hypocrieter wordende voetbalwereld willen begrijpen en waar hun kinderen de dupe van worden

Henk Doppenberg

Hoewel het huidige seizoen nog niet afgelopen is, traint de JO13 van Olympia vanavond voor het eerst met de selectie voor volgend seizoen. Vader Piet is hierdoor gigantisch gespannen, maar zijn zoon Erik heeft daar veel minder last van.
Hoe laat moet je bij de club zijn?’‘Half zeven.’Is het dan nog geen tijd om te gaan?’‘Nee joh. Het is pas kwart voor zes.’
Je moet je wel goed voorbereiden, hoor. Natuurlijk kom je normaal gesproken in de JO13-1, maar er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Dus moet je wel een goede indruk achterlaten.’
Erik knikt een keer, maar maakt zich niet zo druk. Hij vindt voetbal heel leuk, maar is een beetje een dromer en heeft nog veel meer interesses.  ,,Ik ga gewoon trainen en dan zie ik het wel. We trainen trouwens nog drie keer met deze groep en spelen ook twee oefenwedstrijden. Zo heel belangrijk is het vanavond dus niet, want als het wat minder gaat, heb ik immers nog kansen genoeg om het weer goed te maken.’

Denk er nu niet te gemakkelijk over, want het zou zonde zijn als je in de JO13-2 komt. Ten eerste is dat niveau veel te laag voor je, ten tweede speel je dan tegen veel minder aansprekende tegenstanders en tot slot wordt er voor dat team veel minder geregeld. Plus dat ik je natuurlijk veel liever in de JO13-1 zie voetballen.’

Komt goed, pa. Ik ga en zie je straks wel.’

‘Is goed, jongen.’

Als vader Piet een half uurtje later bij het veld komt waar zijn zoon moet trainen, vallen hem gelijk twee nieuwe gezichten op. Omdat hij geen idee wie deze knapen zijn, loopt hij naar wat andere vaders om er naar te vragen.

Die jongens komen van SSVU’13 en vielen daar net buiten de selectie voor de JO13-1. Hun ouders zijn goede kennissen van Arno van de TC en die heeft hen gevraagd om hierheen te komen. Het schijnen behoorlijke versterkingen te zijn en als ik ze zo bezig zie, geloof ik dat ook wel. Natuurlijk moeten ze het in een wedstrijd nog bewijzen, maar ze kunnen in ieder geval wel wat met een bal en daar begint het immers mee.’

Zijn het aanvallers, verdedigers of middenvelders?’

Die jongen met dat zwarte haar speelt centraal achterin en die lange schijnt een veel scorende linkerspits te zijn. Dat wordt dus een meer dan geduchte concurrent van je zoon. Zeker omdat bij SSVU’19 niemand blijkt te begrijpen waarom die knaap niet in de JO13-1 komt en ze spelen daar toch een paar niveaus hoger dan hier.’

Piet is behoorlijk geschrokken en reageert nogal geprikkeld.

We zullen wel zien hoe het gaat lopen, maar er deugt natuurlijk geen klap van dat beleid hier.’

Hoezo niet?’

Nou, ik vind het een heel slechte zaak dat ze voor de JO13 al spelers van andere verenigingen gaan vragen. Het lijkt me namelijk normaal dat je eerst je eigen leden de kans geeft om in het team te komen. Zeker als je zelf voetballers van een behoorlijk niveau hebt. Iedereen roept namelijk al jaren dat mijn zoon een topper is en een grote toekomst tegemoet gaat, maar nu valt hij dus zomaar buiten de selectie.’

Zover is het natuurlijk nog niet.’

Volgens mij wel. Er is namelijk geen enkele club die spelers van buitenaf haalt om ze in het tweede team te zetten en dat is hier dus niet anders. Dat ze dit bij de echt grote verenigingen doen, vind ik al niets, maar dat wij nu ook met die gekkigheid beginnen, is helemaal triest.’

Piet is zo boos en teleurgesteld dat hij een eind verderop in zijn eentje naar de training gaat staan kijken. Tjonge, wat is dat een tegenvaller. Hij was er namelijk al helemaal van uitgegaan dat zijn zoon in de JO13-1 zou komen en dat gaat nu dus helaas niet door. Natuurlijk had die vader net wel gelijk en is er nog niets beslist, maar hij blijft van mening dat zijn jongen deze strijd nooit kan en gaat winnen. Vooral ook omdat die nieuwe jongen en zijn ouders bevriend zijn met die kerel van de TC.

Als de spelers met de eindpartij bezig zijn, wordt pa echter toch weer wat positiever. Hij vindt zijn jongen namelijk veel beter dan die nieuweling en daarom loopt hij weer terug naar de andere vaders.

Ik denk toch dat ik het net wat te negatief heb gezien. Als ik zie hoe Erik nu voetbalt, kan ik me namelijk echt niet voorstellen dat hij te weinig kwaliteit voor de JO13-1 heeft.’

De andere vaders knikken, maar maken gelijk weer een einde aan Piet zijn positieve stemming.

Ik denk dat er niemand bij de vereniging is die jouw zoon geen goede voetballer vindt. Het probleem voor hem is echter dat die nieuwe jongen ook erg goed en misschien dus wel beter is. Als ik jou was, zou ik er daarom eens over denken of Erik niet beter voor een andere positie kan gaan. Of hij het dan wel redt, is echter een zaak van de trainer en waarschijnlijk de TC en natuurlijk niet van mij.’

Piet knikt een keer, maar weet hier niets op te zeggen en gaat met een enorm teleurgesteld gevoel naar huis. Daar ziet zijn vrouw gelijk aan hem dat er iets is.

‘Wat is er? Ging het trainen niet goed of is er wat anders gebeurd?’

Tjonge, wat is die club me tegengevallen.’

‘Hoezo?’‘Ze hebben voor de plek van Erik een jongen van SSVU’19 gevraagd en daarom kan hij een plekje in de JO13-1 wel vergeten.’‘Is dat al zeker?’
Nee, maar dat gaat wel gebeuren.’
‘Is die andere jongen beter dan Erik?’
Ik vind van niet, maar de andere vaders vinden van wel. Daar gaat het me echter nog niet eens om. Onze zoon speelt al 6 jaar bij deze vereniging en moet niet zomaar aan de kant gezet worden voor een vreemdeling. Dat lijkt nergens op en wat mij betreft gaan we daarom vanavond nog op zoek naar een andere club, waar ze wel op een menselijke manier met hun leden omgaan.’
‘Loop je nu niet wat te hard van stapel?’
Ik denk het niet. Iedereen kan namelijk roepen dat er nog niets beslist is, maar Erik heeft deze strijd al verloren voor hij eraan begonnen is en daarom heb ik schoon genoeg van Olympia. Hij zal het trouwens wel hartstikke erg vinden dat hij volgend seizoen niet meer met zijn vriendjes kan voetballen en daar heb ik alle begrip voor. Het is toch immers ook niet normaal dat de vereniging zulke jonge kinderen zoveel verdriet aandoet?’
Als de ouders hun zoon aan zien komen, staken ze hun gesprek. Piets vrouw drukt haar man echter nog wel even snel op zijn hart om niet te negatief tegen de jongen te doen, maar dat valt niet mee voor pa. Zeker niet als Erik over de training begint te praten.
Nou, ik weet het nog niet. Die nieuwe jongen lijkt me namelijk veel beter te zijn dan ik. Ik kan dus best eens naar de JO13-2 moeten en dat vind ik natuurlijk niet leuk, maar ook niet heel erg. Het is alleen wel jammer dat ik dan niet meer met Edwin, Jos en Michiel kan voetballen. We spelen immers al heel lang in hetzelfde team en dat heb ik altijd ontzettend leuk gevonden.’
Zijn vader en moeder kijken elkaar even aan, maar weten allebei niet goed wat ze met de situatie aan moeten en zijn daarom heel blij dat hun zoon besluit om naar bed te gaan. Als de jongen naar boven is, begint zijn vader echter gelijk weer over het voetballen.Het is toch verschrikkelijk.’
Voor hem is het niet leuk, maar wij moeten gewoon ons verstand gebruiken. Wacht dus eerst maar af hoe het zaterdag gaat. Jij weet namelijk ook dat één goede wedstrijd de hele situatie weer kan veranderen.’
Dat is waar, maar ik moet je eerlijk bekennen dat ik er totaal geen vertrouwen meer in heb.’
‘Misschien een gemene vraag, maar waar maak je je nu het meest boos over? Dat ze spelers van buitenaf halen en hun eigen jongens op een zijspoor zetten of stiekem toch vanwege het feit dat Erik waarschijnlijk niet in de JO13-1 komt?’
Moet je dat nog vragen? Je weet toch onderhand wel hoe ik over het voetballen van mijn zoon denk. Ik vind je vraag daarom verre van leuk.’
‘Sorry. We houden er over op.’
Laten we dat maar doen.’
Hoewel de beide ouders niet meer over het voetballen van hun zoon praten, blijft het Piet wel door zijn hoofd spoken. Het zit hem zelfs zo hoog, dat hij de volgende ochtend het hele verhaal gelijk tegen zijn collega Tjalling vertelt. Als de man die in het jeugdbestuur van HDS, een kleinere vereniging uit het dorp, zit alles heeft gehoord, begint hij te lachen.
Piet, jij vindt dit een slechte zaak en ik ben het helemaal met je eens. Zeker bij de grotere verenigingen wordt dit echter wel steeds normaler. Ik kan je echter verzekeren dat het bij mijn club heel anders gaat. Bij ons staan de kinderen namelijk centraal en wordt er over dit soort gekkigheid niet eens nagedacht. Dit beleid kost ons helaas wel ieder seizoen weer een aantal leden die door grotere verenigingen zijn benaderd en het hogerop gaan proberen. Als jouw zoon bij zijn huidige club buiten de boot valt, nodig ik hem dan ook hierbij uit om naar ons toe te komen. Wij kunnen namelijk altijd leden en vooral goede voetballers gebruiken. Ik weet zeker dat hij en jij geen spijt van de overstap zullen krijgen.’
Hoewel Piet de man niets toezegt, blijft hij wel over zijn verhaal nadenken. Als Erik na twee oefenwedstrijden te horen krijgt dat hij naar de JO13-2 gaat, begint hij daarom gelijk met de jongen over een overstap naar HDS.
Je moet het zelf weten, maar ik zou het zeker doen. Het is daar wat kleiner, maar wel een heel stuk gezelliger en je hoeft niet bang te zijn dat ze je zomaar aan de kant zetten voor een ander. Plus dat je daar zeker in de JO13-1 komt en dat is toch ook leuk.’
De jongen lijkt het probleem niet zo groot te vinden als zijn vader, maar vindt het toch prima om naar een andere club te gaan. In de JO13-2 van zijn huidige vereniging voetbalt namelijk niemand die hij kent en bij HDS komt hij in een team met drie jongens uit zijn klas.
Vooral vader Piet is blij met de overstap van zijn zoon. Na een lange zomer waarin hij tegen heel veel mensen heeft verteld hoe rot Erik bij zijn vorige club behandeld is, loopt hij, net voor de eerste training, dan ook fluitend het terrein van HDS op. Daar wacht hem echter geheel onverwacht een gigantisch confronterende ontmoeting.
Als Erik naar de kleedkamer is gelopen en hij naar de kantine gaat, komt hij namelijk een vader met een huilend zoontje tegen. Omdat hij het ventje nogal zielig vindt, legt hij zijn hand op de jongen zijn schouder.
Kerel toch. Wat een verdriet. Er is toch hoop ik niets ernstigs aan de hand?’
Het verdrietige voetballetje is niet in staat om iets te zeggen en daarom geeft zijn vader antwoord.
Hij heeft vijf seizoenen met dezelfde jongens gevoetbald en moet nu als enige van hen in de JO11-1 blijven. Hij zou eerst net als de anderen naar de JO13-1 gaan, maar ze blijken een voetballertje van Olympia te hebben gevraagd om hierheen te komen. Daarom is mijn zoon plotseling niet goed genoeg meer en moet hij nog een extra seizoen in de JO11-1 blijven spelen. Ik vind dat een schandalige actie en als het aan mij ligt, komen we hier dus nooit meer. Met een vereniging die trouwe leden zomaar aan de kant zet voor iemand van buitenaf, wil ik namelijk zo min mogelijk meer te maken hebben.’
Piet lijkt van het ene op het andere moment te verstenen en loopt zonder nog iets te zeggen naar een stil plekje op het veld. Daar beseft hij, na lang nadenken, dat hij de voetbalwereld toch niet zo goed begrijp dan hij altijd heeft gedacht.