Steun de club, maar vergeet jezelf niet.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Deze keer een column van Henk Doppenberg over datgene waar sponsoren, maar ook leden mee te maken hebben in deze voor iedereen lastige coronatijd. Want de column van Henk gaat over het steunen van de club in moeilijke tijden. Moeilijke tijden die het voor velen zijn maar waar, en hoe vreemd, de een wel maar een ander niet voor uit durft te komen.
Henk Doppenberg

Net voor Albert de winkel wit sluiten, ziet hij William, de sponsorman van PU’90, voor de deur staan.
‘Hallo. Je bent nog net op tijd.’‘Dat zie ik. Heb je een momentje voor me?’
‘Natuurlijk. Kom erin. Ik sluit wél even af, want we kunnen ook via de achterkant naar buiten.’‘Geen probleem.’‘Wil je koffie?’‘Graag.’
Als de mannen aan het tafeltje achter in de winkel zitten en een slokje van hun koffie hebben genomen, komt William gelijk ter zake.
‘Ik kom voor de vereniging, maar dat had je waarschijnlijk al begrepen.’
‘Klopt.’
‘Mooi. Het gaat om het volgende. Zo je weet zit de club vanwege de coronacrisis al een heel tijdje zo goed als zonder inkomsten. Omdat een aantal uitgaven wel door blijven lopen, hebben we onze reserves aan moeten spreken en daar kunnen we natuurlijk niet mee aan de gang blijven.’
‘Dat begrijp ik, maar dreigen  er op korte termijn problemen?’
‘Nog niet direct. Al moeten we niet te lang wachten met actie te ondernemen. Daarom ben ik bezig om een rondje langs al onze sponsors te maken. We hebben namelijk de actie ‘Steun PU’90 tegen corona’ opgezet en verkopen certificaten van 500, 1.000, 2.500 en 5.000 euro.’

Albert voelt zich schrikken, want hier kan hij eigenlijk niet aan meedoen. Hij steunt de vereniging al jaren en voelt zich zeker een echte clubman, maar de omzet in zijn winkel is heel sterk gedaald en het is nog maar de vraag of hij de crisis, zakelijk gezien, overleeft.

Als William verder praat, schrikt hij nog veel meer.
‘Gelukkig loopt de actie als een trein. Alle sponsors die ik tot op heden  heb bezocht, doen namelijk mee. Niemand voor 500 euro, maar het overgrote merendeel kiest zelfs voor één van de twee duurste certificaten.’

Albert rekent snel uit dat de meeste sponsors dus een bedrag van ongeveer 3.500 euro in de club hebben gestoken. Natuurlijk betaalt de belasting daar wel aan mee, maar dan nog kan hij dat bedrag absoluut niet missen. De lijst waar alle deelnemers aan de actie opstaan, maakt de zaak nog moeilijker voor hem. Als iemand door krijgt dat hij er niet bij staat met zijn winkel of maar een certificaat van 500 euro heeft gekocht, weet morgen immers het hele dorp dat hij financiële problemen heeft. Dat is wel geen schande en zeker onder deze omstandigheden niet, maar hij zou het wel vreselijk vinden als de mensen zo over hem gingen praten en het is natuurlijk ook geen reclame voor de winkel.

Ondanks dat meedoen aan de actie, zelfs voor het laagste bedrag, onverantwoord is, kan hij het bijna niet over zijn hart verkrijgen om William weg te sturen. Hij zou het namelijk verschrikkelijk als de vereniging vanwege de financiële problemen zou ophouden te bestaan. Al moet hij er ook niet aan denken dat zijn vrouw deze week minder of geen boodschappen kan doen, omdat hij het geld aan de vereniging heeft gegeven. Vooral omdat hij niet alleen voor hun tweeën, maar ook voor zijn twee nog jonge kinderen moet zorgen en er een derde op komst is.   

Hoewel hij zich met de minuut beroerder gaat voelen en heel graag zou willen dat het anders was, besluit hij de knoop daarom toch maar door te hakken. Hij is immers niet verantwoordelijk voor de  vereniging, maar wel voor zijn gezin en daar wil hij ook naar handelen.

‘William, ik moet je helaas teleurstellen. Sorry, maar ik kan het geld gewoon niet missen. Zelfs geen klein beetje. Mijn omzet is vanwege corona namelijk met meer dan de helft gedaald en ik heb door alle investeringen die we gedaan hebben, maar een heel kleine financiële buffer achter de hand. PU’90 moet natuurlijk niet failliet gaan, maar voor mij is het belangrijker dat de winkel blijft bestaan en ik wat geld overhoud om samen met mijn gezin van te kunnen leven. Ik hoop mijn normale jaarlijkse sponsorbijdrage wel te kunnen betalen, maar als je het niet heel erg vindt, sla ik nu even over.’

William toont alle begrip, maar daarmee maakt hij het voor Albert eerder nog erger dan beter.
‘Joh, daar schrik ik van. Gaan de zaken echt zo slecht? Van je collega’s hoorde ik ook al wel dat het minder ging, maar volgens mij maakten zij zich nog geen echte zorgen. Jammer en beroerd voor je dat jij dus wel in de ellende zit en daarom begrijp ik heel goed dat je dit keer niet meedoet. Nou, dan ga ik maar door naar mijn volgende adres. Heel veel succes met de winkel en ik hoop dat je de problemen gauw te boven bent. Als ik soms iets voor je kan betekenen, dan hoor ik het wel.’

Als William de winkel uit is, zit Albert eerst nog een hele tijd stil somber voor zich uit te staren. Hij vraagt zich af wat hij de laatste maanden dan toch verkeerd heeft gedaan, want waarom zit hij in de financiële problemen en hebben zijn collega’s er nog weinig tot geen last van. Als ze dat wel hadden, zouden ze immers niet voor zoveel geld certificaten hebben besteld. Verder baalt hij er vreselijk van dat William blijkbaar medelijden met hem had, want dat is immers wel het allerlaatste waar hij naar op zoek is.

Omdat het inmiddels bijna half zeven is, besluit Albert maar naar huis te gaan en daar zit zijn vrouw met een bezorgd gezicht op hem te wachten.
‘Wat ben je laat? Is er wat gebeurd en waarom kijk je zo triest?’
‘Nou, zo leuk is het allemaal niet.’
‘Viel de omzet vandaag weer tegen?’
‘Nee, vergeleken met de laatste weken heb ik vrij goed verkocht.’
‘Wat is er dan?’
Albert probeert zijn vrouw normaal gesproken zo min mogelijk met de problemen van de winkel te belasten, maar hun relatie is zo goed dat hij dit niet voor haar kan verzwijgen. Daarom pakt hij eerst voor hen allebei een kop koffie en vertelt hij daarna alles wat er is gebeurd. Als hij klaar is met zijn verhaal, heeft hij een kleur als vuur en kijkt hij zijn vrouw met een nogal beschaamd gezicht aan.
Wat zou ik verkeerd hebben gedaan? Als nog niemand echt in de problemen zit en wij wel, dan moet het immers aan mij liggen. Aan mijn inzet kan het niet hebben gelegen, want ik ben dag en nacht met de winkel bezig. Ik zou daarom heel graag van iemand willen horen wat ik verkeerd doe.’
‘Albert, verwijt jezelf alsjeblieft niets. Ik ben namelijk hartstikke trots op je.’
‘Hoezo?’
‘Ten eerste omdat je eerlijk bent geweest en ten tweede omdat je ons belangrijker vindt dan de vereniging.’
‘Ben ik dan anders dan al die andere sponsors?’
‘Albert, denk na. Je hoort dagelijks om je heen dat heel veel ondernemers moeite hebben om hun bedrijf draaiende te houden. Natuurlijk zal de één meer last van de crisis hebben dan de ander, maar het is heel raar dat er in een dorpje als de onze voor zoveel geld aan certificaten is verkocht.’
Hoe bedoel je dat?’
‘Ik vrees dat er diverse of misschien wel veel sponsors zijn die helemaal geen geld hebben om aan die actie mee te doen.’
‘Waarom sponsoren ze dan?’
‘Omdat ze zo gek op hun vereniging zijn en omdat ze groot willen doen  tegenover de andere sponsors.’ ‘Zou het?’
‘Ik weet het bijna zeker en zoiets is natuurlijk oerdom, want ze zullen binnenkort wel met de vereniging moeten afrekenen. Dus ze krijgen óf daar moeite mee óf ze moeten andere ondernemers op hun geld laten wachten. De kans dat hun gezin er uiteindelijk de dupe van wordt, is natuurlijk heel groot. Daarom ben ik gigantisch blij dat jij wel je verantwoordelijkheid hebt genomen en voor je problemen uit hebt durven komen.’