Mijn weekmoment: Oefenstofdiarree en ballenhoktrainers.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Iedere week gebeurt er binnen de voetbalsport wel iets wat het schrijven van een artikel waard is. Iets waar je soms met bewondering, respect, ontroering, pret maar ook vaak met verbazing, afgrijzen, teleurstelling in combinatie met boosheid naar kijkt.

ikke


Nu er geen wedstrijden in het amateurvoetbal of andere sporten zijn is het een periode waarin ik voor de Ommelander Courant de nodige interviews mag doen. Interviews die mij scherp houden, mensen leert kennen en soms ook nieuwe woorden. Zo hoorde ik enkele dagen geleden het woord 'oefenstofdiarree'. Een woord wat ik nooit eerder had gehoord en daarom om uitleg vroeg. Het antwoord was dat 'oefenstofdiarree' stond voor het spuiten van oefenstof zonder een vorm van kennis van zaken. Daar raakte ik over in gesprek met de te interviewen persoon en samen kwamen we tot de conclusie dat 'oefenstofdiarree' in veel sporten een (te) vel voorkomend probleem is. Met de kennis uit het interview legde ik het woord  vervolgens voor aan een paar trainers uit het amateurvoetbal. Trainers die al een tijdje op de amateurvelden rondlopen en die wel van 'oefenstofdiarree' hadden gehoord. Dat bracht ons op iets wat tegenwoordig, en zeker in het jeugdvoetbal, steeds meer gebeurt en dat is het gebruik maken van 'Rinus' (een schandaal trouwens om van een groot trainer alleen zijn voornaam te gebruiken) en de digitale trainingen van het  'VTON'-.p. roject Zowel Rinus als VTON geven een brei aan trainingen waar de( jeugd)trainers bij clubs uit kunnen putten. Maar toch zit er een gevaar in het gebruiken van 'Rinus' en het VTON. Want zo zei een trainer, je kweekt er luie trainers mee die zich niet inhoudelijk verdiepen in de oefenstof. Die kijken soms in het ballenhok nog even op hun telefoontje om te kijken wat voor training  ze moeten geven. Dat soort trainers noemt men ook wel ballenhoktrainers.” Ik moest lachen om die opmerking maar wat was het een rake opmerking. Natuurlijk zijn 'Rinus' en VTON mooie hulplijnen voor een (jeugd)trainer maar daar moet een jeugdtrainer bij zeker een kleine club wel mee aan de slag. Die moet de trainingen die 'Rinus' en VTON aanbieden namelijk vertalen naar zijn eigen groep en niet, wat nu vaak wel gebeurt, het gewoon maar klakkeloos overnemen. Het aanbieden van oefenstof zoals nu via internet gebeurt had je ruim dertig jaar geleden nog niet en was je als jeugd/damestrainer aangewezen op wat je op de cursus werd aangereikt en wat je ook toen naar je eigen teams moest vertalen. Dat moest je doen omdat je een groep trainde die je vaak in categorieën( goed, minder goed, en niet goed) in moest delen. Dat indelen zorgde ook dat je als trainer daar rekening mee moest houden. Dat zorgde voor een maandagavond waarop de dinsdag training werd voorbereid en de woensdagavond waar het ging om de donderdagtraining. Ze zullen er zeker nog zijn maar zeker bij de kleinere verenigingen ,en bij de grotere verenigingen bij de lagere teams, betwijfel ik dat ten zeerste. Daarom is 'oefenstofdiarree' ,zonder dat je weet wat praatje, plaatje, daadje betekent , 'killing' voor heel veel jeugdspelers en speelsters die een 'ballenhoktrainer' voor hun neus zien verschijnen. Gisteravond was het Ronald Koeman die in de documentaire over de overleden Tonnie Bruins Slot nogmaals vertelde dat het trainersvak een ervaringsvak is. Daar heeft Koeman helemaal gelijk in en dan maakt het niet uit of je Barcelona of Zeemeeuw Jo10-3 traint. Je moet ook in 2020 gewoon aan de slag met oefenstof aanpassen naar het niveau van je team. Maar je moet er vooral voor zorgen dat ze plezier aan een training beleven en niet dat ze 'besproeit' worden met 'oefenstofdiarree' vanuit Rinus, VTON of uit een ballenhok.