Heeft de TC een fout gemaakt of is Tijs echt niet goed genoeg?

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Ouders die zich met het 'teambelang' bemoeien en jeugdleiders/trainers die daar gevoelig voor zijn komt heel veel voor binnen het jeugdvoetbal. Iets wat vaak komt omdat voor teveel jeugdleiders/trainers de looplijnen belangrijker zijn dan het kind achter de jeugdige voetballer en waar Henk Doppenberg een column over schreef


Henk Doppenberg

Als Sjaak ’s zaterdagmiddag met een patatje in de kantine zit, wordt hij aangesproken door Erik, de leider van de JO10-1 ‘Eet ze.’ ‘Dank je.’‘Ik wil het even met je over Tijs hebben.’ ‘Oké, wat is er met hem? ‘Hij moet terug naar de JO10-2.’‘Want?’
Hij gaat het bij ons echt niet redden. Ik dacht gelijk al dat de JO10-1 te hoog gegrepen was voor hem, maar na twee wedstrijden en vier trainingen weet ik het zeker. Hij komt op alle vlakken tekort. De kinderen hoor ik er nog niet over, maar de ouders des te meer. Er moet dus iets gebeuren en graag een beetje snel.’
Sjaak reageert niet gelijk, want de ervaring heeft hem geleerd dat dit vaak onverstandig is. Als hij er even snel over nadenkt, kan hij het zich trouwens helemaal niet voorstellen dat de leider gelijk heeft. Met het indelen hebben ze immers nog specifiek over Tijs gesproken en meende iedereen dat hij het vrij gemakkelijk zou redden in de JO10-1.
‘We hebben maandag vergadering en dan zal ik het er met de anderen over hebben. Reken er dus maar op dat er komende zaterdag iemand van ons bij jullie komt kijken en dan hoor je daarna wel meer.’
Kun je die jongen niet meteen een team naar beneden doen? Ik kom namelijk echt niet zomaar over hem klagen.’
‘Daar verdenk ik je ook niet van, maar wij nemen geen beslissingen op basis van de mening van anderen en verder doe ik natuurlijk niets op eigen houtje.’ Je kunt de TC nu toch even bij elkaar halen? Ze zijn er immers allemaal.’
‘Dat is waar, maar zij willen de jongen ook eerst zelf zien spelen voor ze een beslissing nemen. Een spelertje tijdens het seizoen terugzetten doen we trouwens niet zomaar, want zoiets is natuurlijk een gigantische dreun voor zo’n mannetje.’
De leider begint zich blijkbaar te ergeren.
Ik heb overal begrip voor, maar je kunt ons niet een heel seizoen met zo’n zwakke voetballer laten zitten. Terugzetten zal beroerd zijn voor Tijs, maar hem erbij houden is beroerd voor de rest van het team.’
‘Je moet natuurlijk niet gaan overdrijven, want zo erg kan het volgens mij ook weer niet zijn. Jullie hebben immers al twee keer dik gewonnen, dus de prestaties hebben zeker niet onder het meedoen van het ventje te lijden.’
Ga jij met de ouders praten?’
‘Best. Geen enkel probleem. Ik ga het probleem echter eerst aan mijn collega’s voorleggen en je hoort dus van me wat daar de uitkomst van is. Daarna wil ik trouwens ook die vaders en moeders wel inlichten.’
Heel graag, maar denk eraan dat ik niet het hele seizoen met dat gezeur over Tijs wil zitten. Ik heb duidelijk aangegeven dat het ventje niet goed genoeg is voor ons team, dus lijkt het me jullie taak om dit probleem op te lossen.’
‘Je hoort zo snel mogelijk iets van me.’
Omdat Sjaak zijn patat inmiddels op heeft, besluit hij naar buiten te gaan. Als hij bijna bij de deur is, komen er echter twee nogal opgewonden vaders naar hem toe en die laten gelijk blijken dat ze al weten wat hij net tegen de leider heeft gezegd.
Die Tijs moet echt uit ons team, hoor.’
Ik begrijp niet dat jullie daar nog over vergaderen moeten en hem nog een keer bekijken, is helemaal zinloos. We hebben het een paar weken aangezien met dat ventje, maar hij kan er gewoon helemaal niets van. Om een berg narigheid te voorkomen, zou ik daarom maar heel snel iets doen als ik jullie was.’
Sjaak krijgt eerst even de neiging om onvriendelijk te worden, maar besluit dan toch diplomatiek te blijven.
‘Mannen, wij hebben de gewoonte om zorgvuldig met onze leden om te gaan en zeker met de jongste jongens en meisjes. We praten immers niet over gebruiksvoorwerpen, die we neer kunnen zetten waar het ons op dat moment het beste uitkomt. We gaan zeker wel met het probleem aan de slag en jullie merken vanzelf wat we hebben besloten.’
De ene vader wil nog wat zeggen, maar Sjaak is al doorgelopen. Het is hem inmiddels wel duidelijk hoe het zit. Tijs speelt op dit moment, om welke reden dan ook, veel minder dan hij kan, daarom beginnen de ouders te zeuren en wil de leider zo snel mogelijk een oplossing. Natuurlijk zwak van al die zich volwassen noemende mensen, maar zij zijn helaas geen uitzondering.
Als de heren van de TC ’s maandagsavonds in de bestuurskamer zitten, legt Sjaak de zaak gelijk aan de anderen voor.
We vonden toch alle drie dat Tijs naar de JO10-1 moest?’
Klopt.’
‘Waarom zouden ze dan nu over hem klagen?’
Geen idee. Ik heb dat team nog niet zien spelen. Ze hebben namelijk twee keer achter elkaar uit gevoetbald.’
‘Kun jij komende zaterdag bij ze gaan kijken?’
Ja.’ Ik ook wel.’
Mooi, dan spreken we elkaar er zaterdagmiddag wel over. Ik zit trouwens nog met wat anders. Stel dat wij het mis hebben gehad en Tijs echt niet goed genoeg is voor de JO10-1. Moeten we hem in dat geval de dupe laten worden van onze fout? Het is namelijk ontzettend beroerd voor zo’n jong kereltje als hij een team naar beneden moet. Ik vind daarom dat we sowieso moeten proberen om hem in zijn huidige team te houden, maar hoe denken jullie daarover? Sjaaks collega’s hoeven niet lang na te denken.
Je hebt gelijk. Als wij een fout blijken te hebben gemaakt, dan geven we dat gewoon eerlijk toe. We zeggen er echter gelijk bij dat Tijs wel in de JO10-1 blijft en ook waarom. Ze moeten trouwens niet zeuren, want zo slecht als zij zeggen, is dat mannetje echt niet.’
‘Dat denk ik ook niet.’
Ik ben het met jullie eens.’
De TC hoeft niet te wachten tot zaterdag om een beslissing te kunnen nemen. Als Sjaak donderdags de plaatselijke krant openslaat, leest hij namelijk dat Tijs zijn vader na een niet heel lang ziekbed is overleden. Hij beseft meteen dat dit de reden is dat het kereltje minder heeft gepresteerd.
Natuurlijk had de familie beter even de leiders en trainers in kunnen lichten, maar dat zullen ze vergeten zijn en is ze in ieder geval niet kwalijk te nemen. Plus dat een kind van negen daar zelf zeker niet over zal beginnen en de leider ook even met het ventje had kunnen praten om te informeren of er iets met hem aan de hand was.
Sjaak besluit eerst om de familie een kaartje te sturen, maar licht dan alle betrokkenen van de vereniging is en daarmee is het probleem snel opgelost. Het is hem echter wel weer duidelijk geworden dat je nooit te snel een besluit moet nemen en je zeker niet gek moet laten maken door wat anderen roepen. Hoe moeilijk dat soms ook kan zijn.