Aanvallen of punten

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Aanvallen of de punten, een 'duivels dilemma voor veel trainers, spelers maar vooral de supporters. Want zeker de laatste groep ziet zijn club graag meedoen om de prijzen. En dat is het onderwerp wat Henk Doppenberg in zijn column benoemt en 'mega' herkenbaar is.

Henk Doppenberg

Als de mannen van de TC bij elkaar zitten voor hun maandelijkse vergadering, beginnen ze zoals altijd met het bespreken van de ontwikkelingen rondom hun eerste elftal. Daar zijn de meningen dit hele seizoen namelijk al behoorlijk over verdeeld.  ‘Ik heb zaterdag staan kijken, maar vond het weer bagger. Het is gewoon angsthazenvoetbal. We zijn amper over de middenlijn geweest en veel meer dan drie, vier fatsoenlijke aanvallen heb ik dan ook niet gezien. Voor de rest waren het lange halen naar voren. Het is dat onze spitsen erg snel zijn en aan een halve kans genoeg hebben om te scoren, want anders hadden we stijf onderaan gestaan. Ik heb trouwens niet de illusie dat onze trainer meer voetbal in de ploeg probeert te krijgen. Als ik zijn trainingen zie, lijkt hij gezelligheid en strijd leveren namelijk veel belangrijker te vinden.’
Tja Roel. Feitelijk gezien heb je natuurlijk volkomen gelijk. Het punt is echter wel dat we na acht wedstrijden al twintig punten hebben en op een keurige eerste plaats staan. De meeste supporters zijn daarom laaiend enthousiast en dat is natuurlijk ook wat waard. Plus dat de kantineomzet behoorlijk stijgt, er een aantal nieuwe sponsors bij zijn gekomen en de loterij rondom de wedstrijden nog nooit zoveel geld heeft opgeleverd als dit seizoen. Volgens mij hebben we als vereniging, praktisch gezien, dus weinig of geen reden om ontevreden te zijn.’
Ik ben het helemaal met Roel eens en heb me zaterdag gewoon staan te schamen voor het vertoonde spel. Trouwens ook voor de overwinning, want Voorwaarts was voetballend veel beter en wilde er een leuke wedstrijd van maken, maar wij hebben alleen verdedigd en gingen er met de punten vandoor.
Als het aan mij ligt, gaan we daarom op korte termijn met de trainer praten en vragen of eisen we van hem dat hij zijn speelwijze aanpast. Ik weet echter dat er verschillend over dit probleem wordt gedacht, dus zal er zeer waarschijnlijk wel niets aan de situatie veranderen.’
Anton, een al wat oudere man, heeft al een paar keer met zijn hoofd zitten schudden en blijkt een totaal andere mening te hebben dan zijn collega’s. ‘Mannen, denk na. Wij spelen in de derde klasse en dat is voor ons doen op een behoorlijk niveau. Landelijk gezien stellen we echter vrij weinig tot niets voor. De mensen die hier komen, zijn bijna allemaal lid van de club en voor hen is goed voetbal echt niet het belangrijkste. Het gaat ze veel meer om een gezellige middag en drie punten, dus worden ze op hun wenken bediend.’
Dat is natuurlijk wel waar, maar je moet niet zien hoe de overwinningen bij elkaar gesprokkeld worden. Ik kan me eerlijk gezegd ook niet voorstellen dat de spelers er op deze manier van genieten. De JO19-1 speelt zelfs beter voetbal dan het eerste en dat is toch triest.’
Anton denkt even na voor hij antwoord geeft. ‘Mannen, jullie laten je veel te veel leiden door de verhalen over het betaalde voetbal en de topamateurs. Onze spelers hebben namelijk helemaal niet de kwaliteiten om goed voetbal te spelen en denken daar volgens mij ook niet echt over na. Winnen en in het eerste staan, is voor hen namelijk veel belangrijker. Dat de JO19-1 prima voetbal speelt, is trouwens niet echt een wonder. De meeste jongens van dat team zijn, wat voetballend vermogen betreft, namelijk beter dan de spelers van het eerste. Tot slot nog even over onze supporters. Dat zijn stuk voor stuk prima mensen, maar lang niet iedereen van hen heeft voldoende verstand van het spelletje om goed voetbal van bagger te onderscheiden. Laten we ons dus niet onnodig te druk maken, maar genieten van de successen.’
Roel knikt, maar is het niet met Anton eens.‘Natuurlijk heb je voor een deel wel gelijk. Ik vind alleen dat onze jongens wel beter voetbal moeten kunnen spelen dan ze tot nu toe doen en ik ken behoorlijk wat mensen die er net zo over denken. Laat de trainer dan in ieder geval voor een tussenweg gaan. Dus niet te mooi willen stoppen, maar stoppen met dit afbraakvoetbal.’
‘Dat zal hij misschien ook wel willen, maar in mijn ogen zou dat een heel dom besluit van hem zijn. Met minder verdedigend voetbal hadden we namelijk minstens de helft minder punten gehad dan nu en onderin gestaan. Waren jullie dan wel blij geweest? Slechte prestaties leveren namelijk veel meer gezanik op dan slecht voetbal. Als je op één van de onderste plaatsen staat, kun je trouwens ook zomaar degraderen en dan is de ramp nog veel groter.’
Anton neemt even een slokje van zijn cola, maar praat dan verder. ‘Natuurlijk zie ik ook liever wat mooier voetbal dan wat de jongens ons nu voorschotelen. Ik word echter liever kampioen met slecht voetbal, dan dat ik degradeer met geweldig voetbal en volgens mij denkt het grootste deel van de club er dus net zo over.’
Oké, maar stel nu eens dat we promoveren. Ik zie het nog niet direct gebeuren, maar die kans is best aanwezig. Dan wordt dat toch één grote droefenis. Met dit voetbal pakken we in de tweede klasse immers geen punt of denk jij daar ook anders over?’
‘Ik zie ons eerlijk gezegd wél kampioen worden en hoop er een beetje op dat we er dan wat spelers van buitenaf bij krijgen. Plus dat er vanuit de JO19-1 dus een aantal spelers bij de A-selectie komen. Sommige van hen missen nog wat kracht, maar ik verwacht dat er drie tot vier jongens gelijk een basisplaats in het eerste krijgen. Het team wordt dus sowieso sterker en daarom lijkt het mij zeker niet uitgesloten dat we ons in de tweede klasse handhaven. Zo heel goed voetbal spelen ze daar nu immers ook weer niet.’
Roel blijft een andere mening houden.‘Goed, maar wat als we promoveren en geen versterking krijgen?’ ‘Ja, dan wordt het heel moeilijk en gaan we het vast niet redden. Dat verandert echter niets aan mijn stelling dat de trainer op deze manier door moet gaan. Ik besef trouwens heel goed dat het geen gemakkelijke opgave is om zonder geld spelers van buitenaf binnen te halen, maar we kunnen wel vast eens om ons heen gaan kijken. Het seizoen is immers pas net begonnen, dus we hebben nog tijd genoeg om een aantal mogelijke kandidaten te benaderen.’
Gert, het jongste lid van de TC, bemoeit zich nu ook met de discussie. ‘Anton, waarom is het zo belangrijk voor je dat we promoveren?’ ‘Je hebt me óf verkeerd begrepen óf ik heb het niet goed uitgelegd. Mijn punt is namelijk dat de meeste mensen het belangrijker vinden dat er gewonnen wordt, dan dat er goed voetbal wordt gespeeld. Verder maken we een behoorlijke kans om naar de tweede klasse te promoveren. Als dat gebeurt, vind ik dat we onze huid daar zo duur mogelijk moeten zien te verkopen en niet bij voorbaat al moeten accepteren dat we het toch niet redden. Natuurlijk is het best een risico om voor promotie te gaan, want de gewenste versterkingen zijn er immers nog niet en onze jeugdspelers kunnen ook best naar een andere club gaan. Het lijkt mij echter toch een veel betere optie dan nu onze speelstijl aan te passen en de kans te lopen dat we degraderen naar de vierde klasse. De aanval is immers de beste verdediging.’
De heren praten nog een hele tijd verder, maar komen er niet uit en ook de volgende vergaderingen lukt het de voorzitter niet om zijn mensen op één lijn te krijgen. Het grote pluspunt vindt hij echter dat de mannen naar elkaar willen luisteren en er ondanks de meningsverschillen nooit een wanklank valt.