Scheidsrechter Kees is de grote winnaar.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Een scheidsrechter die naar eer en geweten fluit. En een jeugd en hoofdbestuur wat deze vrijwilliger onheus bejegend staan centraal in de column van Henk Doppenberg. Een column die laat zien hoe het er tegenwoordig, ondanks dat de KNVB het winnen niet als iets belangrijks ziet, nog steeds wekelijk in het jeugdvoetbal aan toe gaat.
Henk Doppenberg
De kampioenswedstrijd van Eendracht JO19 -1 zit er bijna op. De stand is 1-0, maar het had eigenlijk al 4-0 of 5-0 moeten staan. Ze zijn dus veel beter dan hun tegenstander en daarom wijst alles erop dat er zo een geweldig feest los zal barsten. De jeugdvoorzitter heeft de bloemen daarom al aan de zijlijn klaargezet en ook de ‘platte kar’ staat gereed om voor te kunnen rijden.
Helaas voor iedereen die de thuisclub een warm hart toedraagt, krijgt de wedstrijd echter een bizarre en vooral trieste wending. Een minuut voor het einde weet de linkerspits van tegenstander NOAD namelijk voor het eerst in de tweede helft door te breken.
Hij is alleen niet erg snel en daarom lijkt de rechtsachter van Eendracht het gevaar nog vrij gemakkelijk te kunnen bezweren. Dit doet hij echter veel te gehaast en erger nog, op een niet reglementaire manier. Hierdoor komt de tegenstander ten val en fluit de scheidsrechter, zonder een moment te aarzelen, voor een strafschop.
Als gevolg hiervan ontstaat er een enorme commotie, want het zo zekere kampioenschap komt hierdoor natuurlijk in groot gevaar. De spelers, leiders en trainer vliegen massaal op de scheidsrechter af om heftig te protesteren en ook de supporters laten zich verre van overtuigd. De man in het zwart , blijft echter heel rustig en vooral onverbiddelijk.
Hij stuurt eerst de leiders en de trainer naar de zijlijn, legt vervolgens zijn beslissing nog een keer aan de aanvoerder uit en probeert dan de strafschop te laten nemen. Als dat na heel veel geharrewar eindelijk lukt, weet de speler van NOAD er, ondanks al het gedoe, 1-1 van te maken.
Als Kees een goede minuut later voor het einde fluit, is Eendracht JO19-1 dus geen kampioen geworden en volgens iedereen van de thuisclub ligt dat overduidelijk aan de scheidsrechter. Hij krijgt dan ook de meest verschrikkelijke verwensingen naar zijn hoofd geslingerd, maar trekt zich daar blijkbaar weinig van aan.
Hij loopt namelijk rustig en zonder op al het commentaar in te gaan naar zijn kleedkamer. Daar neemt hij heel even de tijd om het bewuste moment nog een paar keer in zijn gedachten af te spelen. Het blijft voor hem echter een meer dan duidelijke zaak. De jongen  van Eendracht was veel te snel met zijn sliding. Als hij een paar tellen gewacht had, had hij zijn tegenstander namelijk zonder sliding de bal kunnen ontfutselen en was er helemaal niets aan de hand geweest.
Natuurlijk vindt hij het allemaal hartstikke beroerd voor de spelers en begeleiding en eigenlijk ook wel voor de vereniging. Het team was immers nog maar een haartje van het kampioenschap verwijderd en moet nu genoegen nemen met de tweede plaats. Hij vindt hun reacties daarom ook helemaal niet raar. Al gingen de leiders en trainer wel heel ver en had de voorzitter hem natuurlijk veel meer moeten steunen.
De volwassenen schreeuwden echter nog bijna harder dan de jongeren en daar wil hij straks of anders binnenkort toch nog een keer rustig met ze over praten. Als hij een kwartiertje later het wedstrijdsecretariaat binnenloopt, blijkt meteen dat daar vandaag heel weinig of niets van terecht zal komen.
De jeugdvoorzitter komt namelijk direct weer met nieuwe kritiek.
‘Ik heb nog nooit commentaar op je manier van fluiten gehad, maar ben nu echt niet blij met je en had dit ook zeker niet van je verwacht. Man, hoe kun je in vredesnaam net voor het einde nog een strafschop geven. We waren immers bijna kampioen en over de hele wedstrijd gezien, verdienden we ook overduidelijk om te winnen.’
Kees weet dat hij beter rustig kan blijven, maar moet enorm zijn best doen om zich te beheersen.
‘Natuurlijk was Eendracht veruit de beste ploeg. Ik begrijp daarom heel goed dat iedereen teleurgesteld is en ik had ook liever gehad dat we gewonnen hadden, maar wat had ik dan gemoeten? Niet fluiten zodat we ten onrechte kampioen waren geworden?’
De voorzitter begint nogal cynisch te lachen.
‘Denk je nu echt dat er in de hele omtrek één scheidsrechter is die op deze manier zijn eigen club benadeelt? Echt niet, hoor.’
‘Volgens mij zijn er nog wel meer eerlijke mensen, maar daar heb ik trouwens helemaal niets mee te maken. Ik probeer onpartijdig te zijn en wat een ander doet, moet hij of zij zelf weten.’
Als de leiders van Eendracht binnenkomen, krijgt Kees nog veel meer naar zijn hoofd geslingerd.   
We moeten je bedanken namens de spelers. Het is echter meteen de laatste keer geweest dat je de JO19-1 hebt gefloten. We willen namelijk niet meer dat je ons fluit. We verlangen echt geen partijdigheid van onze scheidsrechter, maar nu verpruts je met een onterechte strafschop het kampioenschap en dat gaat de jongens en ook ons veel te ver.’
‘Als de penalty een twijfelgeval was geweest, had ik hem zeker niet gegeven. Hier kon ik echter niet onderuit. Ik had niets kunnen doen, maar dan had ik de tegenstander benadeeld. Als ik iedereen hier zo hoor, had dat jullie echter niets uitgemaakt en dat valt mij dan weer behoorlijk tegen. Ik heb je trouwens nog helemaal niet over alle gemiste kansen gehoord. Als er daar een paar van waren benut, had het immers al minstens 3-0 gestaan toen ik die strafschop gaf. Volgens mij ligt de schuld van het misgelopen kampioenschap daarom alleen bij jullie zelf.’
De leider vliegt woest op.
Natuurlijk. Schuif de schuld maar door naar de spelers en praat jezelf maar vrij. Natuurlijk hebben we kansen gehad, maar door alle spanning wisten de jongens die niet te benutten en dat neem ik ze ook helemaal niet kwalijk. Wat jij ons vandaag hebt geflikt, vergeef ik je echter nooit. Je bent zelf zeker nog nooit op deze manier een kampioenschap misgelopen.’
Kees probeert nog steeds rustig te blijven, maar irriteert zich inmiddels mateloos.
‘Als actief voetballer heb ik zoiets nooit meegemaakt, maar als leider is het me ook een keer gebeurd en toen was ik eerst net zo boos als jullie. Zeker omdat het destijds wel om een onterechte penalty ging. Ik besefte echter al snel dat ik verantwoordelijk was voor mijn team. Daarom heb ik iedereen meegenomen  naar de kleedkamer, waar ik ze rustig heb weten te krijgen en zijn we zonder verder gezeur teruggegaan naar Eendracht.’
Als Kees een slokje van zijn koffie heeft genomen, besluit hij nog even verder te gaan. 
‘Ik blijf zeggen dat die strafschop terecht was, maar begrijp dus best dat jullie daar op het veld nogal heftig op reageerden. Eén ding vind ik echter ontzettend slecht. Namelijk dat jullie nu, ruim drie kwartier na de wedstrijd, nog steeds niet toe willen geven dat ik gelijk had. Jullie zijn immers volwassen en moeten toch  ook gezien hebben dat die jongen van ons een overtreding maakte. Is sportiviteit dan minder belangrijk voor jullie dan een kampioenschap en waren jullie echt blij geweest met een onterecht behaalde overwinning? Nee toch of vergis ik me nu heel erg in jullie?’
 
De voorzitter wil wat zeggen, maar Kees is nog niet uitgepraat.
‘Ik had het net al over verantwoordelijk zijn voor het team, maar begrijp ik goed dat de spelers momenteel alleen in de kleedkamer zijn of in ieder geval zijn geweest?’
‘Ja, de trainer is vanwege die geweldige actie van jou woedend naar huis gegaan en wij zitten dus hier.’ Hadden jullie dan niet beter bij het team kunnen blijven, in plaats van mij hier onterecht aan te vallen? We weten immers allemaal dat je teleurgestelde of boze spelers nooit alleen in een kleedkamer moet laten. Volwassenen niet, maar jeugd al helemaal niet. De kans dat ze er een zwijnenstal van hebben gemaakt, is dus niet gering. Hoe gaan jullie daar dan op reageren? Krijgen de jongens een uitbrander en moeten ze de eventuele schade betalen of geven jullie jezelf de schuld. Dat laatste zou wel zo eerlijk zijn, want jullie hebben hen meer opgehitst dan in de hand proberen te houden en geen seconde aan jullie voorbeeldfunctie gedacht. De leiders zijn niet onder de indruk van Kees zijn woorden en de voorzitter lijkt alleen maar aan de mogelijke kosten te denken.
Loop er maar even heen, mannen. Er moet namelijk, als het even kan, niets vernield worden. De penningmeester klaagt immers toch al steen en been en zal zeker niet blij zijn met schade aan de accommodatie.’
Als de leiders weg zijn, besluit de voorzitter om ook maar te gaan. Kees is echter nog niet klaar met hem. ‘Jij hebt me trouwens het meest van allemaal teleurgesteld. Vanwege je functie had je moeten proberen om de situatie in de hand te houden, maar jij hebt het hardste staan schreeuwen van allemaal. Natuurlijk mag iedereen een fout maken, maar ook jij moet inmiddels toch inzien dat je verkeerd hebt gehandeld. Ik krijg echter het gevoel dat jij je gedrag van vanmiddag heel normaal vindt.’ ‘Dat klopt. Ik zie het als mijn taak om iedereen binnen de jeugd te steunen en dat doe ik dus ook.’
Als je mensen oneerlijk behandeld worden, moet je het inderdaad voor ze opnemen. Nu had je ze echter moeten vertellen dat ze fout zaten.’ ‘Ze mogen toch reageren als ze benadeeld worden.’
Als het terecht is wel, maar nu niet en zeker niet op deze manier. Jammer trouwens dat je zo vast blijft houden aan je eigen gelijk. Daarom moet ik er nog eens heel goed over nadenken of ik wel voor de jeugd wil blijven fluiten. Ik hoop echter dat je over een paar dagen van mening bent veranderd en we dan wel in alle redelijkheid met elkaar kunnen praten. Als dat niet lukt, ga ik met iemand van het hoofdbestuur praten. Het gedoe van vandaag zit me namelijk erg hoog.’
De voorzitter wordt nu zelfs wat vijandig. ‘Ik ga in ieder geval niet met je praten en licht vandaag het hoofdbestuur nog in, zodat ze weten op welke manier je ons genaaid heb. Je hoeft er trouwens niet over na te denken of je nog jeugd wil fluiten, want ik zorg dat je niet meer gevraagd wordt en wat mij betreft zijn we trouwens uitgepraat.’ ‘Heel goed.’
Kees loopt met een vervelend gevoel naar zijn auto, want hij wil deze ellende helemaal niet. Daarom hoopt hij dat jeugdvoorzitter van mening verandert en hem vandaag of een van de komende dagen toch belt. Wat hem betreft moet deze ellende namelijk niet nóg groter worden.  
Als hij donderdags nog niets van de club gehoord heeft en hij ook niet gevraagd is voor een wedstrijd van aanstaande zaterdag, besluit hij de jeugdvoorzitter zelf maar te bellen. Dat wordt alleen een kort gesprek, want de man is nog steeds niet van mening veranderd en daarom belt hij daarna met de voorzitter van het hoofdbestuur.
Die zorgt er echter voor dat er een totaal onverwacht einde aan Kees zijn vrijwilligerswerk komt.
Ik heb afgelopen zaterdag de wedstrijd van de JO19-1 gefloten en daar kwam helaas een nogal vervelend einde aan. Nog erger is dat ik er na afloop woorden met de jeugdvoorzitter over heb gehad. Als gevolg daarvan wil hij niet meer met me praten en word ik ook niet meer aangesteld als scheidsrechter bij de jeugd. Omdat ik de problemen graag toch uit wil praten en op een normale manier bij de vereniging verder wil, bel ik jou.’ ‘Ik ben op de hoogte van wat er is gebeurd en kan me heel goed voorstellen dat ze genoeg van je hebben. Natuurlijk moet je altijd proberen om eerlijk te zijn, maar je kunt het overdrijven en dat heb jij dus gedaan. Ik heb gehoord dat van  de 100 scheidsrechters er 99 geen penalty zouden hebben gegeven. Daarom zit jij dus fout en niet de mensen van de club. Het lijkt me daarom niet meer dan normaal, dat je eerst je verontschuldigen aanbiedt voor we eventueel besluiten om met elkaar in gesprek te gaan.’
Kees is zo stombeduusd, dat hij even niet weet wat hij hierop moet zeggen. Als de bewuste penalty en al het gezeur daarna weer op zijn netvlies komt, heeft hij zijn woordje echter snel gevonden.
‘Voorzitter, ik ga absoluut mijn excuses niet aanbieden voor wat er zaterdag is gebeurd. Het verhaal dat zo goed als geen  enkele scheidsrechter een strafschop had gegeven, is namelijk grote onzin. Die penalty was namelijk glaszuiver en ik vind het triest dat je mijn versie van het verhaal blijkbaar niet belangrijk vindt. Plus dat ik van jou, als hoofd van de vereniging, toch  wel wat meer sportiviteit had verwacht. Zo hoor je immers niet te willen winnen en ook niet met je tegenstanders om te gaan. Ik maak er echter geen probleem meer van en ga zeker niet smeken of iemand alsjeblieft naar me wil luisteren, maar stop wel per direct met mijn vrijwilligerswerk.’