Piet doet zijn zoon meer verdriet dan plezier.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

De column van Henk Doppenberg gaat deze keer over een vader die wel heel ver wil gaan, waarbij aan omkoping gedacht moet worden, om te zorgen dat zijn zoon in de JO13-1 i.p.v. de JO13-2 komt te spelen.


Henk Doppenberg
Als Piet zijn buurman, die in het jeugdbestuur van de voetbalclub zit, spreekt, hoort hij dat ze al bezig zijn met de teamindelingen voor het nieuwe seizoen.
Ik neem aan dat mijn zoontje met zijn vriendjes mee naar de JO13-1 gaat.’ ‘Die kans is niet groot.’ ‘Hoezo? Sjaak is toch niets minder dan die andere jongens?’ Als kind zeker niet, maar wel als het om voetbaltalent gaat.’
Piet weet ook wel dat zijn zoon geen sterspeler is, maar het doet hem pijn om dit uit de mond van zijn buurman te horen. Het ergste is echter nog dat de jongen dus volgend seizoen buiten de selectie dreigt te vallen. Voor de jongen zelf, maar ook voor hem als vader. Op school gaat het al niet geweldig met hem en als hij hier de boot nu ook al mist, is er helemaal geen reden meer om trots op de knaap te zijn. Natuurlijk houdt hij wel van Sjaak, maar hij wil zo graag met de andere vaders, die altijd op hun zonen staan te pochen, mee kunnen doen. Daarom besluit hij zich niet bij de situatie neer te leggen en alles te proberen om de jongen toch in de JO13-1 te krijgen.
‘Wie bepalen die indelingen?’ ‘Jan van Laren, Bennie Winters en ik. Plus de betreffende leiders en trainers.’ ‘Jullie vinden dus allemaal dat Sjaak naar de JO13-2 moet?’ ‘Ja, die beslissing was unaniem.’ Piet denkt een paar tellen na, maar heeft dan zijn plan klaar en pakt de buurman bij zijn arm. ‘Loop even mee naar binnen voor een  biertje of een borreltje. Ik wil namelijk wat met je bespreken.’‘Best.’Als de mannen een paar minuten later hun eerste slokje hebben genomen, laat Piet horen wat zijn bedoeling is.
‘Ik besef dat jij niets alleen kunt beslissen, maar kun je niet eens bij je collega’s informeren of ze Sjaak niet nog een kans willen geven? Als jullie mij en mijn zoon helpen, kan ik jullie zeer waarschijnlijk ook wel een grote dienst bewijzen.’ Piets buurman lijkt te schrikken en niet te weten wat hij met de situatie moet, want hij krijgt een kleur als vuur en begint wat onrustig op zijn stoel heen en weer te draaien. ‘Daar kunnen we natuurlijk niet aan beginnen.’ ‘Ik waardeer je reactie, maar wil je toch een voorstel doen. Jullie plaatsen Sjaak in de JO13-1 en als dank daarvoor mogen jullie een jaar lang gratis bij mij tanken. Op die manier is iedereen blij en er is geen mens die hier iets van merkt.’ ‘Buurman, je bent een fijne kerel en ik woon met heel veel plezier naast je. Je gaat nu echter wel veel te ver.’
‘Misschien, maar denk eens aan het geld dat jij en je collega’s ermee kunnen besparen. Zeker omdat mijn aanbod ook voor een eventuele tweede auto geldt. Dat moet financieel gezien toch interessant voor jullie zijn.’ ‘Natuurlijk is die besparing bij mij en de andere mannen uiterst welkom, maar ik wil er niet eens verder over nadenken. Ik ga trouwens naar huis en hoop dat je er niet meer over begint. Het zou namelijk zonde zijn, als er hierdoor een einde aan onze goede verstandhouding komt.’ We krijgen geen ruzie, buurman en mij hoor je er niet meer over. Ik adviseer je alleen wel om mijn voorstel niet zomaar naast je neer te leggen. Jullie kunnen er, zoals ik net al zei, immers flink wat geld mee besparen en dat lijkt me, zeker vanwege de huidige crisis, niet onbelangrijk.’
Als de buurman weg is, blijft Piet met een vrij gerust gevoel achter. Hij kan zich namelijk niet voorstellen dat de man zijn voorstel negeert. Zoveel geld kan hij namelijk gewoon niet laten lopen en dat zal voor zijn twee collega’s vast niet anders zijn.  Natuurlijk moeten ze op zijn werk geen lucht van deze afspraak krijgen, maar dat zal wel meevallen. Hij doet zelf immers de boekhouding en weet dat er wel ruimte is om iets te rommelen. Zeker omdat het maar over een heel klein deel van hun totale omzet gaat. Een paar weken later blijkt dat zijn voorgevoel juist is geweest, want dan leest hij dat  men zijn zoon toch aan de JO13-1 heeft toegevoegd. Als reactie stuurt hij zijn buurman een berichtje dat hun afspraak per direct is ingegaan en hier verder niet meer over gesproken wordt.
Piet is hartstikke blij dat hij de zaak op deze manier heeft weten te regelen. Zijn zoon voetbalt nu tenminste na de zomer met de beste spelers van zijn leeftijd en dat is voor hem als vader natuurlijk geweldig. Hij zal dat trouwens best redden. Natuurlijk is hij de minste speler van zijn team, maar door hard te trainen haalt hij die achterstand echt wel in.
Het belangrijkste is echter dat hij nu met de andere vaders naar de JO13-1 kan blijven kijken en zich er niet voor hoeft te schamen dat zijn zoon máár in de JO13-2 speelt. Nee, dit heeft hij perfect voor elkaar gemaakt en het wordt nog mooier als Sjaak wat beter gaat presteren dan hij tot nu toe heeft gedaan. Als halverwege augustus het trainen weer begint, gaat Piet dan ook met een blij en nog steeds trots gevoel met zijn zoon mee naar het voetbalveld. Daar wordt zijn goede humeur echter al vrij vlot op de proef gesteld. De andere vaders steken hun mening over de teamindeling namelijk niet onder stoelen of banken. Ik had er niet op gerekend dat Sjaak in de JO13-1 zou komen?’
‘Want?’‘Nou, zo goed voetbalde hij vorig seizoen toch niet? Er spelen nu zeker drie jongens in de JO13-2 die ik wel in dit team verwacht had, maar jouw zoon zeker niet.’
Piet doet net of hij het niet zo belangrijk vindt. ‘Ik neem aan dat de mensen van de TC weten wat ze doen. Misschien hebben ze hem vanwege zijn tomeloze inzet erbij genomen.’ ‘Dat kan natuurlijk, maar ik zou het wel raar vinden als ze daarop selecteren. Laat ik echter niet te voorbarig zijn. Misschien heeft de vakantie hem goed gedaan en kan hij het niveau nu wel aan.’
Piet zegt niets, maar ergert zich mateloos aan het commentaar. Die kerel zijn zoon is dan wel de beste speler van het team, maar dat geeft hem natuurlijk niet het recht om zo over Sjaak te oordelen. Zoveel minder dan zijn andere teamgenoten is de jongen immers ook weer niet.
Het is trouwens wel te hopen dat Sjaak de eerste paar wedstrijden redelijk tot goed speelt. Dan is het namelijk heel snel gedaan met dit gezeur en zal hij die kerel met ontzettend veel plezier nog eens aan zijn woorden van vanavond terug laten denken. Hoewel Piet alles door een nogal gekleurde bril blijft bekijken, schrikt hij behoorlijk tijdens het trainen. Het wordt hem namelijk steeds duidelijker dat Sjaak veel meer moeite met het niveau heeft dan hij vooraf dacht. Zijn techniek laat immers te wensen over, hij is niet atletisch genoeg en mist tot slot ook de nodige kracht. Vooral bij de eindpartij wordt het duidelijk dat de jongen hier momenteel niet op zijn plek is.
Toch dringt de ernst van de situatie nog steeds niet echt tot hem door, want hij blijft menen dat Sjaak zijn achterstand best nog wel voor een deel in weet te lopen. Al vraagt hij zich af of de jongen daar de tijd voor krijgt, want natuurlijk heeft hij de andere vaders wel tegen elkaar horen fluisteren over zijn zoon.
Die lui hebben natuurlijk niets over het team te zeggen, maar hun kritiek zal zeker  bij de leider en trainer terechtkomen en die zullen daar dan best wat mee doen. De vraag is wat nu het verstandigste is. Sjaak zelf maar naar de
JO13-2 laten doen? Hij denkt er niet over. Een echte sportman geeft namelijk nooit op en ook de jongen zal moeten leren knokken. Plus dat hij dit als een enorme nederlaag voor Sjaak en zichzelf ziet en het vertikt om die wijsneuzen van vaders zomaar hun zin te geven .

Tijdens het trainen is Piet tot de conclusie gekomen, dat het voor zijn zoon heel belangrijk wordt op welke plaats hij komt te spelen. Vorig seizoen was hij nog aanvaller, maar in de JO13-1 is hij volgens pa het meest geschikt voor een plek in de verdediging. Een man uitschakelen en de bal vervolgens inleveren bij een teamgenoot, kan immers iedereen. Om  eens te horen wat Sjaak zijn leider en trainer hiervan vinden, loopt Piet na de training even naar ze toe.
‘De kop is er weer af, mannen. Hebben jullie een  beetje vertrouwen in het nieuwe seizoen?’
‘Met kinderen van deze leeftijd moet je altijd maar afwachten hoe het loopt. De een kan plotseling boven verwachting goed gaan presteren en de ander kan het ineens veel minder gaan dan je van hem verwacht.’
‘Het ligt denk ik ook wel aan de positie waarop ze komen te spelen.’
‘Dat kan bij sommige kinderen zeker een groot verschil maken.’
‘Welke plek hebben jullie voor mijn zoon in gedachten?’

Piet schrikt gigantisch, maar zegt niets en loopt met een somber gezicht naar de kleedkamer om op zijn zoon te wachten. Die is er al snel en maakt het humeur van zijn vader er niet zonniger op.
‘Hoe ging het trainen?’
‘Waardeloos en enorm vervelend. Het voetballen ging slecht en mijn teamgenoten zijn verschrikkelijk irritant.’
‘Zo slecht ging het toch niet en wat mankeert er aan de jongens?’
‘Heb je dat afwerken van me gezien? Alles ging ver over of naast en het passen en trappen was helemaal knudde. Plus dat ik er met dat partijtje ook niets van bakte. Je hebt zeker niet gehoord hoe die jongens op me mopperden en dat was in de kleedkamer nog veel erger.’Wat zeggen je leider en trainer daar dan van?’
‘Niets. Die lafaards doen het namelijk wel zo, dat zij het niet horen. Denk daarom maar niet dat ik dit een heel seizoen met deze jongens ga voetballen.’
Wat wil je dan?’‘Ermee stoppen.’‘Dat is toch zonde?’‘Ja, maar wat moet ik dan? Teruggaan naar de JO13-2 en me door iedereen uit laten lachen?’
Geef je de moed niet wat te snel op? Als je één goede wedstrijd speelt, is al dit gezanik namelijk voorbij.’
Nou, dan moet ik dat maar proberen.’
Als Piet met zijn zoon naar de auto loopt, weet hij niets anders te doen dan zijn arm om de jongen heen te slaan. Hoewel hij het eigenlijk nog niet echt toe wil geven, begint hij steeds meer te beseffen dat hij gigantisch stom en vooral een ontzettend slechte vader is geweest. Waarom heeft hij niet gewoon geaccepteerd dan Sjaak in de JO13-2 kwam? Dan had hij ten eerste dat risico op zijn werk niet hoeven nemen en ten tweede hadden Sjaak en hij dan nu geen last van dit gezeur gehad. Als ze thuis de kamer binnenlopen en zijn vrouw hun bedrukte gezichten ziet, wordt de situatie nog beroerder.
‘Waarom kijken jullie zo triest?’
Omdat het trainen verschrikkelijk was en iedereen op me mopperde.’
Dat meen je niet. Waarom dan?’De jongens vinden mij te slecht voor hun team.’
Dat is toch niet zo?’
‘Natuurlijk niet. Het zat hem vanavond alleen een beetje tegen. Als hij zaterdag een goede wedstrijd speelt, is er niets meer aan de hand.’ ‘Als ik dan maar niet in de spits kom, want dat wordt niets.’ ‘Het kan best eens zijn dat je een plek in de verdediging krijgt, maar je moet niet te negatief over jezelf gaan denken, hoor. Je hebt altijd goed kunnen voetballen, dus dat kun je nu nog.’‘Meen je dat echt?’ ‘Natuurlijk.’
Sjaak kijkt zijn vader een beetje ongelovig aan, drinkt even wat en gaat dan, nog steeds met een triest gezicht, naar boven. Als hij de kamer uit is, kijkt zijn moeder haar man met een bezorgd gezicht aan.
‘Heeft hij echt moeite met het niveau van de JO13-1?’ Vanavond wel, maar ik denk dat het een kwestie van wennen is.’ ‘Jij verwacht dus dat het wel goed komt.’
Jazeker.’
Zo zeker is Piet echter niet van zijn zaak en daarom gaat hij met een beroerd gevoel slapen. Al vindt hij zichzelf lang niet zo dom meer als een half uurtje geleden. Natuurlijk heeft hij een groot en misschien wel onverantwoord risico genomen, maar het kan ook altijd nog meevallen.
Een training zoals vanavond zegt uiteindelijk ook weer niet alles. Donderdag kan het immers best wat beter gaan en de wedstrijd van zaterdag is pas helemaal belangrijk. Plus dat het echt niet alléén om talent draait, want er zijn voorbeelden genoeg van spelers die het puur op wilskracht tot de nationale en zelfs internationale top hebben weten te schoppen.
Als de trainer doet wat hij vanavond zei en Sjaak in de verdediging zet, heeft hij die kans dus ook en kan het nog best goed komen. Tenminste dat hoopt hij, want hij moet er gewoon niet aan denken dat de jongen teruggezet wordt naar de JO13-2. Dat zou immers een drama voor het ventje zijn, maar ook voor hem als vader.
Gelukkig voor vader en zoon verloopt de tweede training beter dan de eerste.
De grootste winst voor Piet, is echter dat Sjaak te horen krijgt dat hij zaterdag als rechtsachter staat opgesteld, want dat is zijn grote kans om zich in de JO13-1 te spelen.
Daarom doet hij niets anders dan de jongen tips geven wat hij allemaal moet doen  en beter kan laten. Plus dat hij hem tientallen keren vertelt dat dit zijn ultieme kans is om zich te bewijzen en hoe ver hij het als rechtsback wel niet kan schoppen. De knaap hoort het allemaal aan en begint heel langzaam te geloven dat zijn vader gelijk heeft. Daardoor gaat hij ’s zaterdags opgewekt lachend naar het voetbalveld en krijgt zijn vader steeds meer het gevoel dat de JO13-1 toch nog wel een succes kan worden.

Het draait echter uit op een ijskoude douche. Sjaak kan zijn tegenstander namelijk geen moment de baas, staat heel vaak verkeerd opgesteld, speelt veel te slordig en gejaagd en lijkt niets te horen van wat zijn trainer naar hem roept. Hoewel die man, in tegenstelling tot zijn medespelers, geen moment op hem moppert, wordt hij in de rust dan ook gewisseld en komt hij met betraande ogen naar zijn vader. Ik stop ermee, pa. Dit is vreselijk. Ik doe heel erg mijn best, maar het lukt me gewoon niet en ik heb genoeg van het gezeur van die jongens.’ ‘Geef de moed nog niet op, jongen. Er gingen ook best dingen goed. Je moet alleen even wennen. Ik ben er vrij zeker van dat het volgende week een stuk beter gaat. Ik zal trouwens even met je trainer gaan praten en hem vertellen dat het gezeur van je teamgenoten een keer over moet zijn.’
Dat laatste hoort Sjaak niet meer, want hij is al naar de kleedkamer gerend. Piet kijkt hem even na, maar loopt dan diep in gedachten naar de kantine. Plotseling beseft hij dat het de hoogste tijd is om in te grijpen. Zijn zoon gaat het in de JO13-1 nooit redden en hij vraagt zich af waarom hij toch zo dom heeft gedaan. Wat maakt het immers uit waar en hoe de jongen voetbalt en hij  kan toch ook trots op Sjaak zijn omdat het een vriendelijk vent je met een hart van goud is?  Hij denkt daarom geen seconde meer na en besluit zijn fout vandaag nog goed te maken. Natuurlijk kan dit vervelende of zelfs nare gevolgen hebben, maar daar komt hij wel weer overheen. Niets is immers erger dan het verdriet van zijn zoontje.