Jantje vindt corona niet heel erg

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

De afgelopen weken waren er veel ouders de 'vader van Jantje'. Want opeens waren de chauffeurs, begeleiders en grensrechter in ruime mate aanwezig. Over dit 'fenomeen' en hoe dat binnen de club van 'Jantje' werd opgelost gaat de volgende column van Henk Doppenberg

Henk Doppenberg
Als Jantje zijn vader, die in de kamer tv zit te kijken, een  enorme schreeuw hoort geven, loopt hij geschrokken naar hem toe. ‘Wat is er?’‘Ik mag niet meer met je mee naar het voetballen.’
‘Waarom niet?’ Vanwege dat coronavirus mogen er geen supporters meer langs de lijn staan. Alleen de leider en trainer, maar verder niemand. Ik zal echter wel even kijken of er nog wat aan te doen valt. De kantine zit trouwens ook dicht, maar dat is het ergste niet.’ Jantje knikt een keer en loopt terug naar de keuken. Hij is nog te jong om alles te begrijpen, maar beseft wel dat het virus erg gevaarlijk kan zijn en er zelfs mensen door sterven. Het lijkt hem daarom niet gek dat iedereen erover praat en er plotseling bepaalde dingen verboden worden. Dat zijn vader niet mag komen kijken, vindt hij ook zo heel erg niet. Volgens zijn pa doet hij namelijk nooit iets goed en daardoor heeft hij soms niet eens meer echt zin om te gaan voetballen. Een wedstrijdje spelen zonder dat geschreeuw, kan dus best eens veel leuker zijn. Alleen jammer dat de kantine gesloten is, want nu moet hij zijn patatje missen en dat is immers het grootste feest van de zaterdag. Jantjes vader is veel minder gelukkig met de beslissing van het kabinet. Hij vindt het namelijk erg belangrijk om iedere wedstrijd van zijn zoontje te zien en vooral om de jongen goed te coachen. Natuurlijk heeft het ventje wel een leider en een trainer, maar die begrijpen weinig van voetbal. Daarom moet hij er elke week wel bij zijn om de jongen zoveel mogelijk te leren. Plotseling veert hij op, want dat is natuurlijk meteen de oplossing van zijn probleem. Ze hebben hem bij de vereniging al diverse keren gevraagd of hij leider wilde worden, maar hij wil geen verplichtingen en daarom heeft hij de boot steeds afgehouden. Als hij nu zegt dat hij van mening veranderd is, kan hij echter gewoon met Jantje mee blijven gaan. De keren dat hij vanwege zijn nieuwe functie gebeld of geappt gaat worden, neemt hij dan wel voor lief. Als zijn vrouw de kamer binnenkomt, vertelt hij haar gelijk wat zijn plannen zijn. Tot zijn stomme verbazing, begint zij echter nogal cynisch te lachen.
‘Sorry, maar dit kun  je niet maken.’‘Waarom niet?’ Je wil nooit iets voor de club doen, maar nu ineens wel. Alleen omdat je anders niet bij de wedstrijden van Jantje mag zijn. Als ik in het bestuur zat, wilde ik je nu ook niet hebben.’ Jantjes vader blijft ernstig kijken.
‘Je hebt best een beetje gelijk, maar ik denk dat ze bij de vereniging  heel blij met me zijn. Ik heb tenminste kijk op voetbal en dat kun je van die leider en trainer niet zeggen. Natuurlijk hebben ze me al vaker gevraagd, maar dat is toch geen reden voor ze om me nu niet te willen hebben. Zoveel vrijwilligers hebben ze immers niet en ik ken er niemand die echt verstand van voetbal heeft. Ik zou er als club dus geen probleem van maken en mijn aanbod als een voordeel van het virus zien.’‘Je verhaal is leuk en misschien maken ze er bij de vereniging echt wel geen  probleem van. Als ik in jouw schoenen stond, zou ik echter ook nu geen leider willen zijn en Jantje zich gewoon een paar weken alleen laten redden. Dat kan best en misschien is het zelfs wel goed voor hem. Zo blij zal hij immers niet worden van iedere week weer dat gezeur van jou.’‘Ik heb nog nooit aan Jantje gemerkt dat hij het vervelend vindt om door mij zo nadrukkelijk gecoacht te worden. Hoewel hij nog jong is, zal hij namelijk best beseffen dat hij daar een betere voetballer van wordt. Daarom rij ik gelijk maar even naar de club om me aan te melden en alles voor elkaar te maken. Het zal wel even duren, want ik neem aan dat ze graag een tijdje met me willen praten.' 'Jantjes moeder kijkt haar man spottend aan.
Hoe lang blijf je leider. Tot aan  het einde van dit seizoen of stop je er weer mee als het coronavirus voorbij is?’‘Dat weet ik nog niet. Mijn bedoeling is wel om het een tijdje te blijven doen. Ik heb ook geen idee hoe lang het team me nodig heeft en of het echt klikt met de andere begeleiders. Die gaan nu immers iemand boven zich krijgen en dat vindt niet iedereen leuk. Als we steeds meningsverschillen hebben, doe ik het dus echt niet zo heel lang.’‘Zeg nu maar eerlijk dat je leider blijft zo lang we met het virus zitten en daarna iedere kans aanpakt om er weer mee te stoppen.’
Jantjes vader geeft geen antwoord meer, maar pakt zijn autosleutels en loopt naar buiten. Hij twijfelt nog steeds geen moment. Natuurlijk had hij zich zonder corona nooit aangemeld als leider, maar nu ziet hij het als een meer dan duidelijke win-win situatie. De vereniging heeft een perfecte leider en hij kan naar de wedstrijden van zijn zoontje blijven bezoeken. Als hij bij de vereniging komt, gaat hij steeds meer overtuigd van zijn goede bedoelingen op zoek naar iemand van het jeugdbestuur. Die heeft hij snel gevonden, want de voorzitter is net onderweg van het trainingsveld naar de kleedkamers.
‘Hallo Erik. Heb je even tijd?’‘Zeker wel. Kan het hier of praat je liever binnen?’
‘Laten we maar naar de bestuurskamer gaan.’‘Is goed.’
Als ze een paar minuten laten bij elkaar aan tafel zitten, begint Jantjes vader meteen te praten. Hij vertelt eerst wat hij wil en begint dan uit te leggen wat zijn bedoeling met het team is. Na een paar zinnen valt de voorzitter hem echter in de rede.‘Heer Kraggers. We hebben u meerdere keren benaderd om iets voor het team te gaan doen, maar daar zei u steeds geen tijd voor te hebben. Dit terwijl u er wel iedere wedstrijd en training was. U had dus, misschien wat bot gezegd, gewoon geen zin om iets te doen. Dat kan en mag, want we kunnen helaas niemand iets verplichten. Gelukkig voor de kinderen hebben we voor het team alsnog goede begeleiding weten te vinden, dus gaan we zeker geen gebruik van uw diensten maken. Zeker niet, omdat u nu, volgens mij, alleen maar leider wil worden om naar de wedstrijden van uw zoontje te kunnen blijven kijken.’ Hoewel Jantjes vader heel goed weet dat de voorzitter gelijk heeft, reageert hij uiterst verbolgen.
Het valt me tegen dat u zo amateuristisch reageert. Natuurlijk ben ik een paar keer gevraagd om leider te worden en heb ik die verzoeken naast me neergelegd, want toen had ik er echt geen tijd voor. Dat is trouwens ook verleden tijd. Het gaat erom dat u nu een perfecte leider kunt krijgen en dat aanbod zou ik zeker aannemen. Zeker ook naar volgend seizoen toe, want deze leider en trainer kunnen op een hoger niveau echt niet meer mee.’ De voorzitter blijkt klaar te zijn met het gesprek en staat op.
‘Het kan best dom zijn dat ik u weiger, maar ik laat me niet gebruiken. Als het virus voorbij is, heeft u mooi alle wedstrijden van uw zoon kunnen zien en laat u ons weer stikken. Zeg niet dat ik het verkeerd heb, want ik ga al jaren met veel verschillende ouders om en weet zo onderhand wel hoe sommige mensen in elkaar zitten.’
‘Denkt u werkelijk dat ik zo in elkaar zit?’‘Ja.’ Jantjes vader is woest dat de man zijn plan torpedeert, maar voelt dat reageren geen zin heeft en daarom loopt hij zwijgend naar buiten. Hij is alleen nog niet van plan om zich gewonnen te geven. Daarom denkt hij even na en schiet hem al snel weer iets nieuws te binnen. Namelijk dat chauffeurs van jeugdteams ook bij wedstrijden worden toegelaten en dat is natuurlijk een mooie nieuwe kans. De jongens spelen heel toevallig twee keer uit, dus heeft hij nog tijd genoeg om iets voor de wedstrijd van over drie weken te verzinnen. Om  geen tijd te verliezen, pakt hij meteen zijn telefoon om de leider te bellen.
‘Met Edwin. Goedenavond.’ ‘Hoi. Je spreekt met Kraggers, de vader van Jantje. Ik wil zaterdag wel als chauffeur mee naar SVW en volgende week kan ik ook rijden.’‘Bedankt voor het aanbod, maar we hebben niemand nodig. Ik rij zelf en we hebben afgesproken om eerst de mensen te vragen die normaal ook altijd rijden.’
‘Als ik rij, hoeft dat toch niet?’ ‘Klopt, maar we lopen onze vaste chauffeurs nu niet ineens voorbij. Plus dat u volgens mij alleen maar wil rijden om bij de wedstrijd te kunnen zijn. Normaal gaat u immers altijd op eigen gelegenheid en weigert u steevast om anderen mee te nemen.’‘Je begrijpt zeker wel dat ik vanaf nu helemaal nooit meer iets voor het team doe. Ook niet als jullie in nood zitten.’‘Dat is uw beslissing.’‘Jazeker en daar krijg ik absoluut geen spijt van.’‘Geen probleem.’
Jantjes vader verbreekt met de nijdig gevoel de verbinding en denkt zelfs even  om vanaf nu geen  stap meer op het voetbalveld te zetten. Als de mensen dan allemaal zo tegen hem zijn, gaat hij wel op zoek naar een leuke nieuwe club. Die zal immers snel gevonden zijn, want Jantje is een groot talent en kan bij iedere vereniging in de buurt terecht. Omdat hij vreest dat zijn vrouw er fel op tegen is dat de jongen naar een andere club gaat, zet hij deze optie echter weer snel uit zijn hoofd. Hij is echter ook nog niet van plan om de wedstrijd van zaterdag aan zich voorbij te laten gaan. Daarom blijft hij erover nadenken en schiet hem na een paar minuten weer iets nieuws te binnen.
De velden van SVW liggen namelijk aan één kant tegen het bos aan en daar is volgens hem precies het veld waar de jongere jeugd altijd op voetbalt. Als hij zijn auto een eindje verder parkeert, zal hij dus best via een bospad bij het terrein kunnen komen en anders loopt hij wel tussen de bomen door.
Er is in ieder geval niemand die hem dit verbieden kan en dat is een hele geruststelling voor hem. Al zal zijn vrouw wel tegen het plan zijn, maar die hoeft hij uiteindelijk nog niets te vertellen en daarom is dit de perfecte oplossing. Zijn humeur knapt dan ook heel snel op en daarom loopt hij even later lachend thuis de kamer in.‘Ik kan me niet voorstellen dat alles geregeld is, maar je lacht en dus zal het best zo zijn.’
‘Ja en nee. Ik heb onderweg namelijk besloten om naar je te luisteren en zaterdag niet naar het voetballen te gaan. Dat was best een moeilijke beslissing voor me, maar ik ben er toch wel blij mee.’
‘Knap van je.’ Als Jantjes vader vrijdags thuis komt van zijn werk, blijkt zijn zoontje toch wel nieuwsgierig te zijn naar hoe het morgen nu gaat.‘Breng je me wel naar het voetbalveld?’‘Ja, maar ik kom jammer genoeg niet bij je kijken.’‘Krijg ik morgen ook geen patatje?’
Als je wint, gaan we naar de snackbar.’En wat als we verliezen?’‘Dan ga ik ergens een patatje met je eten.’
Jantjes vader kijkt zijn vrouw wat ontstemd aan en beseft gelijk wat ze bedoelt. Voor hem draait het voetbal namelijk puur om presteren en plezier vindt hij maar bijzaak, terwijl dit laatste voor haar het allerbelangrijkste is. Hier hebben ze al talloze verhitte discussies over gevoerd en omdat hij daar nu geen in heeft, besluit hij te zwijgen.
Als hij de volgende dag met Jantje naar het voetbalveld rijdt, geeft hij de jongen nog wat laatste tips voor de wedstrijd. Hij krijgt echter al snel het gevoel dat zijn zoon amper luistert en dat irriteert hem nogal.‘Hoor je wel wat ik zeg of heb je soms geen zin om te voetballen zonder dat ik in de buurt ben om je te helpen.’‘Jawel hoor. Als ik naar de leider en trainer luister, komt het ook wel goed.’
Dit antwoord bevalt Jantjes vader helemaal niet, maar het lijkt hem zinloos om zijn zoon hier nu op aan te spreken. Even denkt hij om het ventje vast te vertellen dat hij toch komt kijken, maar dan besluit hij niet te voorbarig te zijn. Dat bos kan immers wel zo dichtbegroeid zijn dat er niet door te komen is en dan heeft hij de jongen voor niets blij gemaakt. Gelukkig voor hem valt het allemaal heel erg mee. Hij heeft al vrij snel een ruime parkeerplaats voor zijn auto gevonden en via een bospad loopt hij zonder problemen naar het veld, waar hij achter een hoog hek gaat staan wachten.
Veel geduld hoeft hij niet te hebben, want na een minuutje of tien ziet hij met een blij gevoel het team van Jantje in zijn richting komen. Als de kinderen wat dichter bij zijn, kan hij zich plotseling niet meer bedwingen en begint hij luid de naam van zijn zoontje te roepen. Het ventje hoort hem niet gelijk, maar zijn leider wel en die onderneemt direct actie. Hij overlegt namelijk even met de mensen van de tegenpartij, wijst in de richting van Jantjes vader en vervolgens loopt iedereen naar de andere kant van het complex. Jantjes vader is woedend, maar besluit wel te blijven staan. Hoewel hij zijn zoontje nu niet kan coachen, kan hij hem namelijk nog wel zien voetballen en dat is immers beter dan niets. De aanmerkingen op zijn spel bespreekt hij dan vanmiddag of vanavond wel met het ventje. Als de wedstrijd een minuutje of tien bezig is, beseft hij echter tot zijn verbijstering dat er vanavond weinig te bespreken valt. Het lijkt namelijk net of er een totaal andere jongen in het veld staat en dat gaat de hele wedstrijd zo door. Ten eerste voetbalt hij veel beter dan hij het ventje ooit heeft zien doen en daarnaast spat het plezier overduidelijk van hem af.
Dit maakt zo’n verpletterende indruk op hem, dat hij na de wedstrijd als in een droom zijn auto weer opzoekt en naar het voetbalveld rijdt om Jantje op te halen. Die maakt het drama voor zijn vader echter nog veel groter. Als hij een half uurtje later met een enthousiast gezicht naar de auto toe komt rennen, roept hij namelijk al vanuit de verte: ‘Pap, ze zeiden allemaal dat ik de beste van het veld was en jij maar beter niet meer kunt komen kijken. Ik vind het wel leuk hoor als je komt. Al moet je misschien niet meer zo schreeuwen, want vandaag ging het immers veel beter dan anders en het was heel fijn.’ Pa weet even niet wat hij moet zeggen. Het gevoel dat zijn zoontje hem niet nodig heeft en hij bezig is geweest om het kereltje zijn voetbalplezier te verknallen, maakt hem namelijk erg onzeker. Hij meende onmisbaar te zijn, maar Jantje heeft vandaag duidelijk laten horen en zien dat dit echt niet zo is. Natuurlijk zorgt dit voor heel veel frustraties, maar hij is toch ook wel blij voor de jongen en vooral heel erg trots op zijn prestatie.
Het liefste zou hij een tijdje zwijgen om alles te verwerken. Als hij in de blije ogen van zijn zoontje kijkt, begint zijn vaderhart echter te spreken en moet hij even slikken voor het hem lukt om iets te zeggen. ‘Mooi dat het zo goed ging, man. Ik ben trots op je en hoop dat het volgende week net zo leuk gaat als vandaag. Kom, we gaan je moeder ophalen en samen een patatje eten.’