Mijn weekendmoment: Waarom een neutraal trio, niet alle club-assistenten zijn oneerlijk.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Ieder weekend gebeurt er rond een wedstrijd in het amateurvoetbal wel iets wat het schrijven van een artikel waard is. Iets waar je soms met bewondering, respect, ontroering, maar ook vaak met verbazing of afgrijzen naar kijkt of luistert en wat ook dit seizoen niet anders zal zijn.
Je profielfoto, Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, close-up en buiten
Het eerste weekend van juni stond in het teken van de eerste ronde in de diverse nacompetities. Duels die met vlag en fluit werden begeleid door een arbitraal trio. Wilde het in eerdere jaren nog gebeuren dat alleen de hogere klasses een arbitraal trio op bezoek kregen, tegenwoordig geldt dat ook voor de lagere klasses in het amateurvoetbal. Door de duels Eext-Pesse, SV Bedum/zondag-Blauw Geel ‘15, SV Bedum/zondag-Donkerbroek en SV Bedum/zondag-Udiros heb ik niet veel met een arbitraal trio omdat ik te vaak heb gezien dat het goed assisteren niet iedereen gegeven is. Daar maakte ik, en met mij meerderen, gisteren een opmerking over en natuurlijk kwam daar commentaar op. Iets wat natuurlijk mag en waar ik ook geen moeite mee heb. Maar ik blijf bij mijn mening dat een neutraal trio te vaak niet de juiste keuze blijkt te zijn. Dat was in de vier genoemde wedstrijden het geval maar ook zaterdag in Zoutkamp. Een Zoutkamper, waar ik veel respect voor heb omdat hij op hoog bejaarde leeftijd nog deelnemer was van de 1/2 marathon van Lauwersoog naar Ulrum, had het over een scheidsrechter die zijn ‘keutel’ in trok. Die mening kon ik wel in meegaan maar wat ook gold voor zijn assistent. Die deed precies hetzelfde als de arbiter, ook die trok zijn ‘keutel’ in bij een in eerste instantie door beide als geldig gehonoreerd doelpunt. Dat deed, waar ik dus niet de enige in was, mij het beeld bevestigen dat je prima met een arbitraal trio kunt werken maar dat je dan ook echte ‘vlaggeraars’ langs de lijn moet zetten. Zaterdagmorgen hoorde ik nog iemand zeggen, assistent-scheidsrechter is totaal anders dan een wedstrijd fluiten. Want je staat als scheidsrechter met een vlag in je hand langs de lijn en kijkt toch anders dan een echte assistent-scheidsrechter.” Dat is helemaal waar want ik moet er niet aan denken dat er een fotocamera om mijn nek hangt terwijl ik ook een verslag mag maken. Bij mij zou dat niet werken, want gewoon bij je ‘ding’ blijven is denk ik een stuk verstandiger. En dat gevoel heb ik ook bij een arbitraal trio wat bestaat uit drie scheidsrechters. Ooit zag ik een trio waar een assistent bijna ‘gek’ werd toen hij zag wie hij als ‘baas’ boven zich had staan: een ‘blinde’ kon zien dat de juiste chemie verre van aanwezig was. Ook was ik getuige van een assistent die de scheidsrechter overrulede, wat nergens op sloeg maar waar de leidsman toch in meeging. Verder zag ik een arbiter een keer veertien minuten aan extra tijd toevoegen en waar een assistent later van zei, ik had moeten appelleren want dit sloeg nergens op. En ook zagen we een assistent op last van de arbiter een warming up doen waarbij er bijna gebeld kon worden om een traumahelikopter. Want de arme op leeftijd zijnde assistent legde bijna het loodje waar hij tijdens het duel nog steeds hinder van ondervond. Zo maar een paar voorbeelden waar dus het ‘keutel intrekken’ bij het duel Zeester-Veendam 1894 aan toegevoegd kan worden. Ik zie sinds het seizoen 2008-2009 gemiddeld vijftig duels per seizoen in het standaardvoetbal. En om eerlijk te zijn, ik vind het behoorlijk meevallen wat het gemeen vlaggen van club-assistenten betreft. Natuurlijk gaat er weleens wat fout en natuurlijk wordt er weleens een club-assistent weggestuurd. Maar door scheidsrechters die hoger fluiten naar ALLE nacompetities te sturen krijg je dat ‘gezeur’ van genoemde voorbeelden niet en eerlijk gezegd, nu worden mannen, en soms vrouwen, een leuk toetje ontnomen omdat men er gemakshalve maar vanuit gaat dat een club-assistent per definitie oneerlijk is.