Dhr.Bloemhoff, Afgelastingen, Bestuurskamers, Kampioenschappen, Scheidsrechters en Martine

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

In een jaar gebeuren er binnen het amateurvoetbal altijd wel zaken waar je soms met bewondering, respect, ontroering, maar ook vaak met verbazing of afgrijzen op terugkijkt en wat in 2018 niet anders was dan in de jaren daarvoor.
Je profielfoto, Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, close-up en buiten

Dhr. Bloemhoff
Wanneer ik aan het jaar 2018 denk dan denk ik aan de zondag dat Kloosterburen op 9 september buurman Eenrum op bezoek kreeg. Een bekerduel wat door beide ploegen als een oefenpotje werd gezien omdat het winnen van de beker voor beide ploegen een utopie is. Maar tijdens dat duel was daar het moment dat er opeens een toeschouwer op de grond lag. Direct, en terecht, was er paniek op sportpark Westerklooster en werd er om een ambulance geroepen. Al snel bleek dat het om dhr. Carel Bloemhoff ging. Dhr. Bloemhoff is de tachtig jaar al een tijdje gepasseerd maar er is bijna geen sportevenement in de regio te vinden waar hij niet bij aanwezig is. Dat is als oud-politicus en oud-voorzitter van FC LEO niet omdat hij graag gezien wil worden maar dat is omdat dhr. Bloemhof een sportliefhebber is. Sommige mensen noemen dhr. Bloemhoff bij zijn voornaam maar wat ik nooit zal doen. Daar is mijn respect voor de ‘sportencyclopedie uit Leens’ namelijk veel te groot voor. Want ook op hoge leeftijd is dhr Bloemhoff nog goed op de hoogte van alles wat er in de sportwereld gebeurt. Maar sinds 9 september 2018 heb ik hem nog niet weer ergens langs de lijn zien staan. Dat is niet alleen jammer maar het raakt mij ook. Want het zal toch niet zo zijn dat het duel Kloosterburen-Eenrum op zondag 9 september zijn laatste wedstijd langs de lijn is geweest. Dat mag niet gebeuren en wat ook zeker niet gaat gebeuren als het aan de bejaarde Leenster ligt. Iets wat ik ook oprecht hoop want dhr Bloemhoff willen we ook in 2019 nog een beetje kunnen ‘plagen’ met het feit dat FC LEO er stiekem om heeft gevraagd dat ze ook in het nieuwe jaar wat wedstrijdjes in Friesland mogen spelen.

‘Afgelastingen
In de B-categorie ben je mooi aan de grappen en grollen van verenigingen, teams of je eigen teamgenoten overgeleverd, is een opmerking die ik vorig jaar een paar keer maakte. Ik heb toen ook een paar keer gezegd dat ik blij ben dat ik niet meer in competitieverband voetbal. Ik zou het niet meer kunnen opbrengen om op een zondagmorgen in spanning te zitten of mijn teamgenoten er een beetje zin in hadden of dat de tegenstander genegen was  om ons te ontvangen of te bezoeken. Ik zeg hier zondagmorgen maar dat geldt natuurlijk ook voor de zaterdagmiddag. Ik weet dat ik een bevoorrecht mens ben met een partner die mij met een zoen en ‘have fun’ naar een sportevenement laat gaan en altijd vraagt als ik thuiskom, was het leuk. Dat maakt alles een stuk gemakkelijker om naar dat te gaan waar je passie ligt maar wat niet voor iedereen geldt. Want steeds vaker worden duels ‘afgelast’ omdat er een tekort aan spelers is. Afgelastingen waar de bond graag wat aan wil doen maar waar ze dan wel de medewerking van de clubs bij nodig is. Ik weet dat er clubs zijn waar men niet marchandeert. Die werken niet mee aan de ongein van het je via WhatsApp afmelden voor een wedstrijd. ‘Je komt maar en anders wordt het een Bezoekers Niet Opgekomen’, wordt er dan gezegd waarbij de integere wedstrijdsecretaris vervolgens voor van alles wordt uitgemaakt en nog erger, soms wordt bedreigd. Dat is het verhaal van de vele ‘afgelastingen’. Een verhaal wat nooit anders gaat worden zolang vooral de kleine clubs wel van alles roepen maar zelf geen haar beter zijn. In plaats van dat ze een keer de eigen leden bij kop en kont pakken door ze te wijzen op hun plichten als lid van een vereniging staat men liever toe dat er vanuit hun club personen zijn die integere wedstrijdsecretarissen lopen af te zeiken, of nog erger, gewoon bedreigen.

Minder kampioenschappen
Het jaar 2018 was ook het jaar van een vermindering van de kampioenschappen. Want de KNVB kwam opeens met het briljant idee dat teams jonger dan elf jaar geen kampioen meer kunnen worden. Een idee waar ik in 2018, en ook nu nog niet, niets van begreep. Want ik vroeg mij in 2018 echt af of degene die met idee naar voren kwam ooit gevoetbald heeft. Ik denk het niet want anders kom je niet met een dergelijk dwaas plan. In iedere sport staat winnen centraal. Of dat atletiek, motorcross, autosport, schaatsen, hockey of volleybal is, het draait om winnen. Iets wat kinderen al op jonge leeftijd met de paplepel wordt toegediend. Of denken we dar Max Verstappen als karter voor de versiering zijn rondjes reed. Of dat Jeffrey Herlings voor een vijftiende plaats zijn helm opzet. Natuurlijk niet want een Verstappen en Herlings willen maar een ding en dat is winnen. In 2018 floot ik twee keer een jeugdduel bij SV Bedum. Wie mij durft te vertellen dat het bij een team O-11 alleen maar op de fun gaat die lult uit zijn nek. Het gaat bij die ‘gastjes’ maar om een ding en dat is winnen. Precies dat is  wat de ‘technische staf’ wil. Ook die willen alleen maar winnen. Dat is ook prima want we moeten stoppen met gepamper van dat de kids alleen maar plezier hoeven te hebben. Plezier wat ze echt niet hebben wanneer ze met 22-0 of meer richting een overvolle prullenbak gespeeld worden. Maar het moet allemaal leuk zijn maar waar ik na twee duels als fluitist te hebben meegemaakt toch een klein beetje anders over denk.
Bestuurskamers
De bestuurskamer was ook wel een item in 2018. Want mijn afwezigheid na afloop van een wedstrijd in een bestuurskamer was voor sommige mensen een dankbaar onderwerp. Wanneer je veel op sportcomplexen komt, en ik geloof dat ik dat wel mag zeggen, dan hoor en zie je veel. Als verslaggever meld ik mij voor aanvang van een wedstrijd altijd even in de bestuurskamer. Dit is omdat ik graag de opstelling van beide teams wil weten. Want voor een verslag in de krant is het handig om te weten wie de  nummer drie van een club buiten onze regio is want in mijn ondertussen elfde volledige seizoen als verslaggever weet ik bijna zeker dat ik 95 procent van de spelers in onze regio wel ken. Dat is dus de reden dat ik voor een duel even in de bestuurskamer kom en omdat ik het verder belangrijk vind dat de thuisspelende club weet dat er een verslaggever langs de lijn staat en niet iemand die incognito komt kijken of de ketting wel in het haakje zit. Heel zelden wil ik in de rust ook nog weleens een bestuurskamer ingaan maar liever meld ik mij  in een kantine. Dit omdat daar vaak voetballiefhebbers zitten waar ik graag een praatje mee maak. Of, zoals enkele weken geleden in Glimmen, er erwtensoep op het menu staat en wat op een koude zaterdagmiddag meer dan welkom was. Maar na afloop zal men mij niet zien in een bestuurskamer waar het bittergarnituur, de gehaktballen, alcoholische versnaperingen of een frisje op tafel komen te staan. In 2018 schreef ik dat ik dat raar vond en wat ik in 2019 nog steeds vind. Laat iedereen zelf betalen wat hij of zij wil eten of drinken maar waarom er aan scheidsrechters, bestuursleden en ook verslaggevers eten en drinken ‘geschonken’ moet worden is mij echt een raadsel.

Scheidsrechters
In 2018 kreeg ik van sommige ondertussen ex-arbiters of zaalfluitisten er  soms behoorlijk van langs op de sociale media. Mijn verslagen voor de Ommelander Courant of Oostermoer werden door de mannen behoorlijk onder de loep genomen. Het bijzondere daarbij was dat men feilloos wist wanneer ik mij negatief had uitgelaten over een arbiter. Maar was het anders, dan  had men opeens een selectief geheugen en hoorde ik ze niet. In 2018 sprak ik daarover met een arbiter en die zei, wanneer je een arbiter niet noemt heeft hij onopvallend goed gefloten. Zo is het precies, een arbiter moet heerlijk onopvallend zijn maar wanneer hij de beste man op het veld is schrijf ik dat ook. Maar ik kan gelukkig prima leven met kritiek die in dit geval ook nog eens niet wordt onderbouwd met harde feiten. In de laatste week van 2018 had ik nog een interview met iemand vanuit de scheidsrechterwereld. Een man waar ik om meerdere reden heel veel respect voor heb. Hij gaf mij een kijkje in de keuken van de scheidsrechterswereld wat zeer interessant was. Ik ben eerlijk, ik ben iemand die liever een scheidsrechter ziet die de voetbaltaal spreekt dan een ‘piet piraat’ die met het spelregelboekje in de hand een wedstijd in goede banen hoopt te leiden. Maar over het algemeen hebben wij in onze regio geen klagen over de arbitrage was ook de mening van de persoon die ik mocht interviewen. Ik ben niet iemand die zijn verslagen terugleest. Maar ik weet een ding zeker, wat goed is noem ik goed en wat slecht is noem ik slecht. En dat zouden mijn heren ‘criticasters’ ook eens moeten doen....
Martine
Terugkijkend op 2018 kijk ik ook terug op mijn activiteiten voor de Ommelander Courant en de Oostermoer. Activiteiten die ik alleen maar kon doen door de steun van Martine. Om nu te zeggen dat het voor mijn steun en toeverlaat 2018 een topjaar was zou de waarheid niet zijn. In oktober 2017 kreeg ze namelijk knieproblemen die zorgden dat er in februari 2018 operatief ingegrepen moest worden. Een operatie die maanden eerder had gemoeten maar dat is een ander verhaal. Maar ook tijdens haar periode van niet mobiel zijn was het altijd ‘have fun’ wanneer ik naar een wedstrijd, evenement of interview ging. En wanneer ik dan thuiskwam was er altijd de vraag, en was het leuk. Kleine dingen maar wat zijn ze belangrijk en waar je niet alle dagen bij stil staat. Dat is iets wat Martine ook zeker niet zou willen, maar wat het ja zeggen tegen een vraag van de redactie stukken eenvoudiger maakt. Na bijna vijftien jaar samen weet ze wat mijn wereld is. Een 'wereld'  waar ik nog alle dagen heel veel plezier aan beleef. Die ruimte krijg ik en waar ik haar nooit genoeg voor kan bedanken. Dat maakte 2018 daarom voor mij weer tot een mooi jaar en waar ik van hoop dat fysieke problemen dit jaar eens aan de PW7 voorbij zullen gaan.